Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Jelen (21) en Janko (27) Franjic leken hun droom waar te maken: samen in de bobslee naar de Olympische Winterspelen in Beijing. In de voetsporen van hun vader Mario, die in 1984 en 1998 ook heeft meegedaan. Maar in november raakte Janko zwaar geblesseerd. Jelen vertelt hun verhaal.

(Foto: Viesturs Lacis)

“Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een afdaling maakte in de bobslee. Het was een rollercoaster van emoties, een heftige ervaring. We waren op trainingsweek in Winterberg, het was een uur of zeven uur ’s avonds, er hing een donkere sfeer, er was verder niemand. Je staat bovenaan de baan en rechts van je zie je de finish helemaal onderaan de berg. En je denkt: ik ga nu met die slee in 55 seconden daar naartoe.”

“Je springt in de slee en wordt gelijk overweldigd door het geluid. Je hoort de ijzers op het ijs, de slee maakt enorm veel lawaai. Je zit ook niet comfortabel, geen kussentje of zo. Ook geen gordel; je moet jezelf vasthouden. Je trilt helemaal en het wordt allemaal sneller en erger en harder. Je tikt de 100 kilometer per uur aan en raakt helemaal gedesoriënteerd, zo erg dat je niet meer weet of een bocht naar rechts of naar links gaat. Je wordt helemaal platgedrukt in de slee en je hoofd vliegt alle kanten op. Ik zat op 4, dat is achteraan, en moest remmen, maar ik remde veel te laat. Ik was helemaal buiten adem.”

“Na die eerste run dacht ik: wil ik dit eigenlijk nog wel doen? Geen normaal mens doet dit voor zijn lol. Gelukkig was mijn vader er ook en die zei: Wees een man en doe die tweede run, want daarna gaat het altijd beter. Dus ik ging nog een keer naar beneden en mijn vader had gelijk: die tweede run voelde al een stuk minder heftig. Die eerste keer is het allemaal zo onbekend, zo onnatuurlijk. Maar na die tweede run dacht ik: prima, laten we het nog een derde keer doen.”

De familie Franjic, met Janko, vader Mario, moeder Biljana en Jelen.

De familie Franjic, met Janko, vader Mario, moeder Biljana en Jelen.

Oorlog in Joegoslavië

“Mijn vader is op een gekke manier in de sport gerold. Hij was gewichtheffer op een hoog niveau in Joegoslavië. Maar hij was ook snel, want hij deed aan atletiek. En dat is een goede combinatie voor het bobsleeën. Daarvoor moet je groot zijn maar ook explosief. In één van zijn eerste seizoenen waren de Olympische Winterspelen in Sarajevo, zijn geboortestad. In 1984 was dat. Daar is hij ook naartoe gegaan. Dat was voor hem een enorm mooie ervaring.”

“In 1992, hij was inmiddels gestopt, trouwde hij met mijn moeder. De bruiloft was een paar dagen voor de oorlog uitbrak in Joegoslavië. Er waren al barricades en militairen in de stad en er waren ook al wat gewonden gevallen. Dus het was wel duidelijk dat het los zou gaan. Mijn ouders gingen op huwelijksreis en zeiden: we komen wel terug als het weer wat rustiger is. Maar ze zijn nooit meer teruggekeerd. Ze belandden in een asielzoekerscentrum in Drenthe en kwamen uiteindelijk in Breda, waar ze een nieuw leven gingen opbouwen.”

Nieuwe vlag

“Later werd mijn vader benaderd door het bobsleeteam van Bosnië & Herzegovina. Ze hadden hem nodig. Hij deed mee aan World Cups en ze kwalificeerden zich voor de Olympische Winterspelen van Nagano 1998. Mijn vader was vlaggendrager bij de opening. Bosnië had toen net een nieuwe vlag, blauw met een gele driehoek en witte sterren. Mijn vader was één van de eerste personen die die nieuwe vlag te zien kregen. Dat was heel mooi voor hem.”

Als mijn broer niet alles had gedaan wat hij heeft gedaan, dan was ik ook nooit op zo’n hoog niveau in mijn sport terechtgekomen

Jelen Franjic

“Zo zijn we opgevoed: met kijken naar de Olympische Spelen, kijken naar het bobsleeën. Heel ons leven hebben mijn broer Janko en ik veel aan sport gedaan. Janko begon met judo, atletiek en gewichtheffen. Vanwege de combinatie atletiek en gewichtheffen had hij veel talent voor het bobsleeën, net als onze vader. In 2016 maakte hij zijn eerste afdaling en ging hij naar het junioren-WK.”

Kracht en explosiviteit

“Ikzelf heb veel gevoetbald. Toen ik vijftien was ben ik gestopt. Het was de tijd dat Janko met bobsleeën begon. Ik ging op atletiek. In mijn achterhoofd dacht ik wel dat dit misschien handig zou zijn voor de toekomst. Met mijn lichaamsbouw was ik geschikt voor de 400 meter, maar ik wilde liever de 100 en de 200 meter lopen, net als mijn broer.”

“Ik heb altijd veel naar mijn broer gekeken. In mijn tienerjaren was hij echt mijn voorbeeld. Als hij niet alles had gedaan wat hij heeft gedaan, dan was ik ook nooit op zo’n hoog niveau in mijn sport terechtgekomen.”

“Toen ik op atletiek zat, deed ik veel aan krachttraining. Dat vond mijn baantrainer niet leuk, want dat gaat ten koste van je souplesse. De kracht en explosiviteit zijn goed voor de eerste dertig meter, maar daarna heeft het een negatieve impact. Maar ik deed het met een doel: ik wilde gaan bobsleeën. Die eerste afdaling in Winterberg was in november 2019. In januari 2020 heb ik mijn eerste wedstrijden gedaan.”

Janko (links) en Jelen Franjic.

Janko (links) en Jelen Franjic.

“Onze vader was altijd enorm betrokken bij elke sport waar we mee bezig waren. Toen Janko ging bobsleeën was hij enorm trots: zijn zoon treedt in zijn voetsporen. Toen ik ook ging bobben vond hij het nog mooier. Hij belt bijna ieder dag, geeft tips: blijf goed eten, rust goed uit. We konden hem niet trotser maken met de sport die we beoefenen. Voor hem was dat het mooiste wat er is: zijn beide zoons samen naar de Spelen.”

Hamstring

“En het was ook een droom voor Janko en mij. We wisten dat we de kans hadden om het samen te doen. Er is geen beter gevoel dan het samen te doen met je broer. Dat is iets waar je je hele leven voor hebt getraind.”

“De eerste wereldbekerwedstrijd van dit seizoen zag er heel veelbelovend uit. We werden elfde, op elf honderdste van de kwalificatie-eis, dat is een plek bij de top-8. Maar een paar dagen later raakte Janko geblesseerd. Bij springoefeningen in een zandbak schoot het in zijn hamstring. Op een MRI-scan bleek dat zijn aanhechtingspunten beschadigd zijn. Dat was een enorme klap. De kans dat Janko dit seizoen nog terugkomt is erg klein.”

Bobteam De Bruin, met Ivo de Bruin, Jelen Franjic, Janko Franjic en Stephan Huis in't Veld (ANP).

Bobteam De Bruin, met Ivo de Bruin, Jelen Franjic, Janko Franjic en Stephan Huis in't Veld (ANP).

“Wat het met mij deed? Het is mentaal heel zwaar om te zien dat je broer zwaar geblesseerd raakt. Ten eerste: het is je broer en als hij pijn lijdt, dan lijd ik ook pijn. Maar vooral omdat ik weet wat dit voor ons samen betekent. Ik weet ook hoeveel hij ervoor heeft opgeofferd en gestreden om op de positie te komen waar hij nu is.”

“Eindelijk konden we dit seizoen laten zien dat we ons gingen kwalificeren voor de Spelen. De kansen waren zó groot om het te doen. Om dan te zien dat hij zoveel pech heeft, dat is heel zwaar. Vorig seizoen heeft hij bij een crash een van zijn kniebanden beschadigd en hij heeft ook een geschiedenis met rugblessures. Maar hij is toch positief gebleven en heeft de hele zomer enorm hard getraind.”

“Of ik de knop kan omzetten? Het is een olympisch seizoen. Je geeft alles en laat niks op tafel liggen. Ik was mentaal en fysiek supergoed toen Janko geblesseerd raakte. Dan is het even zwaar en moet je die emotie eruit laten komen. En daarna weer focussen en oppakken waar je bent gebleven. Het was wel lastig om er opnieuw een extra stapje bij te doen. Omdat het een olympisch seizoen is, heb je dat stapje erbij aan het begin van het seizoen al gezet. Maar het gaat wel lukken. We moeten die positiviteit in het team hoog houden en erop vertrouwen dat we er ondanks alle tegenslagen sterker uitkomen.”