Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Vier jaar lang was Alyda Norbruis (31) de beste op de 500 meter tijdrit op de baan. Het goud op de Paralympische Spelen in Rio was de ultieme bekroning. Enkele dagen later stond ze nog een keer op de hoogste trede van het podium. Deze keer na de tijdrit op de weg. Aan de hand van een foto (hierboven) blikt ze terug.

Emotie
“Ik vind het echt een hele mooie foto. Er komt ook weer emotie bij me op als ik dit zo zie, opnieuw kippenvel. Je gaat weer terug naar dat moment. Er viel een heel grote last van me af. Ik was vier jaar bezig met die gouden medaille op de 500 meter tijdrit op de baan. Ik was wereldkampioen op dat onderdeel. Ik wilde in Rio ook laten zien dat ik de beste was, dat dit mijn onderdeel was.”

“Ik had eerder die Spelen brons behaald op de 3.000 meter achtervolging. Dat was in een gemixt veld, van verschillende klassen. Daardoor wist ik dat goud moeilijk zou worden. Maar ik was toch een beetje teleurgesteld dat ik brons haalde. De kwalificatie liep niet zo goed.”

Ultieme gevoel
“Voor de 500 meter was ik op van de zenuwen. Ik zei tegen mijn coach, Eelke van der Wal: ‘Ik trek het niet meer, zo nerveus ben ik’. Hij zei dat hij ook klamme handjes had. Het was fijn dit te delen. We hadden er samen zo hard aan gewerkt. Eelke zegt altijd: jij als sporter moet het doen. Maar zonder hem en de rest van de staf paracycling had ik nooit die successen in Rio kunnen halen.”

Alyda begint aan haar gouden tijdrit in Rio (foto Mathilde Dusol).

Alyda begint aan haar gouden tijdrit in Rio (foto Mathilde Dusol).

“Toen ik goud had gewonnen op de 500 meter waren de Spelen voor mij geslaagd. Maar ik wist het nog mooier te maken. We wisten dat als ik goede benen had en alles goed zou lopen, ik ook op de tijdrit op de weg een medaille kon pakken. Het parkoers was vrij vlak. Dat lag me wel. Het goud dat ik voor ogen had, de 500 meter, had ik binnen. Vanuit dat ultieme, vrije gevoel kon ik de tijdrit ingaan. Het was heel mooi dat het daar ook lukte, in die flow.”

Trots
“Ja, en toen mocht ik bij de sluiting ook nog de Nederlandse vlag dragen. Ongelooflijk. Je zou het bijna vergeten. We hebben met heel TeamNL een hele goede Spelen gedraaid. Dat ik dan de vlag mag dragen … Het hadden ook tien anderen kunnen zijn. Ik vond het een hele eer dat ik werd aangewezen en met de driekleur mocht shinen. Nooit geweten dat drie kleuren zoveel met iemand kunnen doen. Ik heb de vlag met trots gedragen.”

Trots, dat was eigenlijk de leidraad van hoe we ons als sporters wilden neerzetten in Rio

Alyda Norbruis

“Trots, dat was eigenlijk de leidraad van hoe we ons als sporters wilden neerzetten in Rio: we hebben een goed team en gaan als TeamNL voor de hoogste prestaties. Er was echt een enorme saamhorigheid. We hadden zo’n bijzondere en warme sfeer tijdens de Paralympische Spelen. In onze flat hadden we een lounge-hoek gecreëerd, waar we samen kwamen. Daar hielden we bij wie welke prestaties had geleverd. We keken ook samen naar de wedstrijden. Sporters onder elkaar, de staf, de mensen achter de schermen, die hebben zo kneiterhard gewerkt om ons één TeamNL te laten voelen.”

Alyda draagt de vlag in Rio (foto Mathild Dusol).

Alyda draagt de vlag in Rio (foto Mathild Dusol).

Blindedarmontsteking
“Vier jaar eerder op de Spelen in Londen had ik al zilver gewonnen op de 500 meter. Inderdaad: zilver gewonnen, niet goud verloren. Ik had een jaar daarvoor de overstap gemaakt van het alpineskiën naar het wielrennen. Om dan binnen een jaar op de Spelen te staan en een medaille te halen, voelt heel bijzonder.”

“Helemaal omdat de voorbereiding allesbehalve ideaal was. Drie weken voor de Spelen kreeg ik tijdens een trainingskamp op Mallorca een acute blindedarmontsteking. Een slechtere timing kon niet: vlak voor het punt in je agenda waar je een grote rode cirkel omheen hebt gezet. Maar ik zei vanaf het begin: ‘Ik ga naar de Spelen’. Gelukkig had ik de medische staf achter me staan.”

“Dat ik daarna zilver haalde was krankzinnig. Ik was zeven kilo afgevallen want ik kon niks eten. Ik reed de race op een brownie; dat was het enige dat ik binnen kon houden. De wond was nog niet genezen en ging tijdens de race open. Normaal staat voor een blindedarmoperatie een herstel van zes weken, maar ik reed in drie weken naar het zilver op de Paralympische Spelen.”

Alyda wint zilver in Londen (foto: Mathilde Dusol).

Alyda wint zilver in Londen (foto: Mathilde Dusol).

“Ik droomde al zo lang om mee te doen aan het grootste sportevenement ter wereld. Dat kenmerkt mij wel: ik ben echt een doorzetter. Kan het niet linksom of rechtsom? Dan maar er doorheen.”

Mentale knauw
“Dat de Paralympische Spelen in Tokio een jaar werden verplaatst was voor mij een enorme teleurstelling. Ik heb daar een flinke mentale knauw van gehad. Het zouden mijn laatste Spelen worden. Daarna wilde ik me op mijn maatschappelijke carrière en mijn studie richten. Ik zag de haven liggen, maar moest mijn schip voor anker leggen. Na lang wikken en wegen heb ik toch besloten door te gaan.”

Ik zag de haven van Tokio liggen, maar moest mijn schip voor anker leggen

Alyda Norbruis

“Ik twijfelde omdat ik na Rio veel medische ellende op mijn pad heb gehad. Ik ben sinds mijn geboorte aan mijn linkerkant beperkt, dus ik doe alles met rechts. Door het wielrennen heb ik vaatvernauwing gekregen in de liesslagader van mijn rechterbeen. Ik ben er twee keer aan geopereerd. Nu ik heb besloten door te gaan tot Tokio, vraag ik van dat vaatprobleem toch een jaar extra belasting. Ja, dat is dan toch weer die doorzetter, hè?”

“Ik kan nu niet meer de combinatie maken van weg en baan. En ik heb ook in de baanonderdelen moeten snijden: de scratch en de 3.000 meter rij ik niet meer. Ik richt me nu puur op de 500 meter. Daar is de belasting het kortst en het is ook mijn favoriete onderdeel. Maar het brengt wel een andere manier van trainen met zich mee. Ik vond juist de afwisseling heel leuk en ben nu alleen nog maar bezig met het sprintonderdeel. Ondanks mijn vaatprobleem is het me vorig jaar toch gelukt zilver te halen op het WK in Apeldoorn. De clou is niet te kijken naar wat was, maar te kijken wat nog kan.”