Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Paralympisch kampioen wielrennen Daniel Abraham Gebru begeleidt sinds een paar jaar jonge vluchtelingen in Nederland. Hij hoopt dat hij voor hun een inspiratiebron kan zijn. Want ooit stond hij zelf als vijftienjarige op Schiphol. Zonder geld en paspoort, in een land waar hij niemand kende.

Twee jaar nadat Daniel Abraham Gebru in Rio de Janeiro de paralympische titel bij het wielrennen veroverde, werd hij benaderd door NL Training, een organisatie die cursussen geeft die zijn gericht op het verbeteren van de Nederlandse taal. Zij vroegen hem of hij wil helpen met de begeleiding van jonge vluchtelingen. Sport is daarbij een belangrijk onderdeel. “Ik wil ze veel laten bewegen. Door te sporten krijgen ze contact met verenigingen en met andere mensen”, vertelt Daniel.

Daniel is nu mentor van een groep jonge vluchtelingen. Hij gaat met ze fietsen en hoopt dat hij ze met zijn levensverhaal kan inspireren. “Ze zijn blij als ze me zien”, weet Daniel. “Ik geef ze hoop en tips dat ze hun best moeten doen. Ik probeer ze te laten zien wat ze wel hebben. De waarde van een verblijfsvergunning bijvoorbeeld. Als je dat hebt kun je een studie gaan doen. Ik heb er zevenenhalf jaar op moeten wachten. Wat ik te kort heb gehad, daarvan probeer ik ze bewust te maken. Ja, daar hebben ze wel bewondering voor, als ik dat vertel. Maar daar is het mij helemaal niet om te doen. Ik vind het een eer als mijn verhaal helpt dat het met hun goed komt.”

Hij vervolgt: “Die jongeren hebben heel veel meegemaakt en hebben vaak een trauma. Maar ze hoeven zich niet minder te voelen dan anderen. Ze moeten niet kijken naar mensen die negatief zijn, maar naar de mensen die ze verwelkomen. Ik ben een voorbeeld dat het ook anders kan. Alles is mogelijk, als ze doorzetten.”

Flevorenners

Want ook Daniel komt van ver. Als vijftienjarige kwam hij in 2000 naar Nederland, zonder geld of paspoort. Hij woonde daarvoor in Ethiopië, maar kwam uit Eritrea. Hij moest vluchten toen beide landen met elkaar in oorlog raakten. In Nederland belandde hij in een opvanghuis, waar hij zevenenhalf jaar moest wachten op een verblijfsvergunning. Om de tijd door te komen kocht hij een mountainbike.

Voor Daniel was het fietsen meer dan een hobby. Het was ook een uitlaatklep. “Ik kon verder niks doen omdat ik geen verblijfsvergunning had. Je krijgt een paar uur Nederlandse les en de rest van de dag zit je te wachten. Dan ging ik naar buiten en fietste ik zo lang als ik kon.”

Hij meldde zich aan bij wielervereniging Flevorenners uit Almere en merkte dat hij goed kon meekomen. Niet alleen met zijn leeftijdsgenoten, maar ook met oudere renners. Daniel: “Ik kreeg vertrouwen. Het wielrennen was voor mij de weg naar het accepteren en waarderen van mijn situatie. Het heeft ervoor gezorgd dat ik naar de toekomst ging kijken.”

Toch stopte hij er na een paar jaar mee. Door tegenslag, valpartijen en een gebrek aan goed materiaal was hij de motivatie kwijtgeraakt.

Het wielrennen was voor mij de weg naar het accepteren en waarderen van mijn situatie. Het heeft ervoor gezorgd dat ik naar de toekomst ging kijken.

Daniel Abraham Gebru

Marco Polo

In 2008 lachte het geluk hem eindelijk toe en kreeg Daniel een verblijfsvergunning. Hij haalde zijn rijbewijs, volgde een beroepsopleiding en kreeg een baan als kok bij KLM. Ook pakte hij het fietsen weer op. “Ik werd steeds fanatieker. Ik kreeg een vast contract aangeboden, maar dat heb ik niet geaccepteerd. Ik koos voor mijn hobby. Daar wilde ik in verder.”

Daniel kreeg een plek bij Marco Polo Cycling Team, een ploeg voor renners uit niet-traditionele wielerlanden, en later bij CCN Cycling Team. Maar de stap naar de echte top bleef uit. Tot Guido Kramer, zijn manager bij Marco Polo, vroeg of Daniel niets voelde voor het paralympische circuit. Daniels rechterbeen is iets minder ontwikkeld, als gevolg van een verkeerde behandeling nadat hij als kind zijn enkel had gebroken. “Ik had nooit gedacht aan mijn zwakke been. Ik wist niet of het wat voor me was, omdat ik al jaren met de reguliere renners meefietste.”

Nadat ook Patrick Bos, een paralympische wielrenner die hij kende van de training, hem aanmoedigde, maakte Daniel een afspraak met Eelke van der Wal, de bondscoach van de paralympische wielrenners. “Hij keek naar mijn benen en zei: ‘Je bent geen categorie 0’. Want dat zou betekenen dat ik geen beperking heb. Uiteindelijk ben ik ingedeeld in C5, dat is de categorie voor mensen met een minimale beperking.”

Daniel viert zijn gouden medaille in Rio (foto: Mathilde Dusol).

Daniel viert zijn gouden medaille in Rio (foto: Mathilde Dusol).

Volkslied

Op eigen kosten reisde Daniel naar Italië om mee te doen met een wereldbekerwedstrijd voor para-renners. Hij werd vierde. “Toen zag ik wat voor niveau het was. In Nederland reed ik bij kermiskoersen top-5. Hier moest ik echt mijn best doen en werd ik vierde. Ik had het onderschat.”

Daniel zegde definitief zijn baan op en sinds 2014 was zijn focus volledig gericht op de Paralympische Spelen in Rio. Omdat hij meer dan vijf jaar met een verblijfsvergunning in Nederland woonde, mocht hij voor TeamNL uitkomen. Bijna ging het nog mis. Tijdens de laatste kwalificatiewedstrijd vloog hij in gewonnen positie twee kilometer voor de finish uit de bocht. Hierdoor miste hij zijn kwalificatie.

Op een wildcard mocht hij drie maanden later toch afreizen naar Brazilië. Daar klonk uiteindelijk het Wilhelmus voor de man die op dat moment niet eens een Nederlands paspoort had. “Ja ongelooflijk. Ik had zoveel meegemaakt die wedstrijd: vallen, terugkeren. Dan spelen ze het Nederlandse volkslied. Ik was enorm trots op mezelf, van nutteloos naar de Paralympische Spelen, Nederland vertegenwoordigen. Ik zei: ‘Wauw!’ Vooral dat ik nog zonder paspoort uit mocht komen. Dat was speciaal.”