Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Fleur Jong blijft haar grenzen verleggen: "Je kunt meer dan je zelf denkt"

Fleur Jong blijft haar grenzen verleggen:

Longread

Cheer!

In december vreesde para-atlete Fleur Jong dat haar topsportloopbaan voorbij was. Haar klachten aan de stomp van haar linkerbeen waren zo hardnekkig, dat Fleur het WK uit haar hoofd had gezet. Maar ze knokte zich terug. En won daardoor wederom van zichzelf.

Stompklachten. Fleur kan het woord bijna niet meer horen. Maar ze vertelt er gemakkelijk over. Geroutineerd. “Ik heb altijd veel blessures gehad aan mijn linkerstomp. Toen mijn linkerbeen geamputeerd werd is de stomp niet helemaal netjes afgewerkt. Hij is hobbelig en moest – al klinkt dat misschien gek – worden bijgeschaafd. Uiteindelijk moest ik vorig jaar augustus opnieuw geopereerd worden. Moest er twee centimeter extra bot van mijn been. De wond heelde niet goed. Hij ging niet dicht, de hechtingen gingen los. Ik viel erop, dat hielp ook niet mee. Het herstel van die operatie had zes weken moeten duren. Ik ben er uiteindelijk vijf maanden mee bezig geweest.”

Een periode vol twijfels en frustratie dus voor Fleur, wiens leven eind 2012 compleet op z’n kop kwam te staan. Een bacteriële infectie zorgde ervoor dat er geen bloed meer stroomde naar haar tenen en de uiteinden van haar vingers. De helft van acht vingers, haar rechteronderbeen en haar linkervoorvoet en hiel moesten worden geamputeerd. Een jaar later koos Fleur er zelf voor om ook haar linkeronderbeen te laten amputeren, omdat ze dat been amper goed kon gebruiken.

Stip aan de horizon
Terug naar augustus vorig jaar. Fleur lag uiteindelijk een maand in het ziekenhuis. “Daarna hebben vriendinnen thuis voor mijn wond gezorgd. Ik was al heel blij als ik ooit weer normaal kon lopen op mijn protheses. Het rennen had ik al zo’n beetje opgegeven. Maar in het nieuwe jaar ging het stukje voor stukje beter. Ik hield in een fotoalbum bij welke stappen ik maakte. Zo begon ik in te zien wat ik allemaal wél weer kon, in plaats van het van de negatieve kant te bekijken. Ik vond het wel eng om weer vol voor de sport te gaan. Kan ik het aan als het straks misgaat? Durf ik dat aan? Ik besloot het te doen. Omdat ik zo van sport kan genieten. Omdat sport mijn stip aan de horizon is.”

De specialist op de 100 en 200 meter is meer gaan genieten na deze blessure. “Ik ben veel relaxter geworden. Als je in december denkt dat je carrière erop zit, is het geweldig als je vier maanden later weer mee mag op trainingskamp. Goed, ik trainde los van de groep. Maar ik was er wel weer. Ik stelde mijn doelen per dag. En dat werkte. Daardoor had ik nooit het gevoel dat ik haast had. Ik plaatste mij voor de WK en groeide. Kon steeds harder, verder, sneller. Haal die glimlach eens van je gezicht, zei mijn coach laatst. Het was het grootste compliment dat ik kon krijgen. Mijn smile is terug. Ik ben trots, voel plezier. Toen ik voor het WK mijn kledingpakketje ophaalde dacht ik: ik heb het toch maar weer geflikt. Hoe zeg je dat mooi? Ik ben bewust van mijn eigen geluk.”

Het woord beperking komt in het woordenboek van Fleur niet voor. “Als ik mijn benen aan heb, kan ik net zo veel als iedereen. Pas als ik ze uit doe, voel ik me beperkt. In die blessureperiode, toen de wond aan mijn been moest helen, was dat zo. Maar verder heb ik dat gevoel eigenlijk nooit. Ik kan net zo veel als ieder ander mens. Heb ik een handicap? Jazeker, want mijn benen zijn eraf. Dat was natuurlijk verschrikkelijk, maar daar heb ik mee leren omgaan. Maar beperkt? Zo wil ik niet worden genoemd hoor. Dat vind ik overdreven, te heftig. Ben ik een beetje voor niets mijn best aan het doen… Nou, lekker dan.”

Motivational speaker
Fleur wil anderen inspireren met haar levensverhaal. “Hoe je stapje voor je stapje omhoog jezelf kunt verbeteren, keuzes moet durven te maken en je steeds nieuwe doelen kunt stellen. Inmiddels vind ik het heel gaaf om dat te doen. Ja, motivational speaker, zo noemen ze dat. De eerste keer vond ik het hartstikke eng. Barstte ik in tranen uit voor een zaal met driehonderd man van de Intersport. Maar inmiddels ben ik er wat beter in geworden. Het eerste beeld dat ze zien is een foto van mij in het ziekenhuis. Daar lag ik dan. Aan de beademing, dialyse, veertien pompen, alles erop en eraan. Hoe ik in leven bleef. En hoe ik weer een leven kreeg. Bewuste keuzes maakte, zoals die tweede amputatie. Een bizarre beslissing die ik moest maken. Maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik kon sporten.”

Naast haar ‘klusjes’ als spreker runt Fleur samen met een andere para-atlete Marlène van Gansewinkel en haar coach Guido Bonsen een stichting. “De naam is heel simpel: Stichting Para-Atletiek. Ons doel is mensen met een handicap hun grenzen te laten verleggen. We gaan praten en ook sporten met mensen die hetzelfde is overkomen als ons. Wij geloven dat de basis van atletiek je helpt in je dagelijks bestaan. Ook als je niet fanatiek sport. Springen, lopen en gooien bijvoorbeeld. Vaardigheden waar je fitter van wordt en waardoor je je lichaam beter leert kennen en vertrouwen.”

Op protheses de trap af
Haar rol als influencer gaat dus verder dan haar eigen sportprestaties. “Ik vind het leuk dat ik mensen inspireer als ze mij op tv zien. Of mijn verhaal lezen. Maar ik vind dat mijn rol daar niet ophoudt. Ik wil ze zelf helpen, iets voor de maatschappij betekenen. Een klein beetje bijdragen aan het verbeteren van iemands leven. Ik ben geen arts of fysio, maar wel een ervaringsdeskundige. Ik weet precies hoe spannend het is om voor de eerste keer op je protheses de trap af te lopen zonder de leuning vast te houden. Ik weet hoe het is om onzeker te zijn over je lijf. Als iemand door onze training wel lopend naar de supermarkt durft of tien procent fitter wordt, is dat prachtig. Op die manier mijn rol als topsporter gebruiken, dát doet er echt toe.”

Ondertussen verlegt Fleur ook haar eigen grenzen. Afgelopen zomer heeft ze zich toegelegd op het verspringen, een onderdeel dat zij nog niet beheerste. “Omdat ik het cool vond en het nog niet vaak goed gedaan wordt op twee blades. Ik kan hierin heel veel agressie en woede van mijn verdriet kwijt. Springen en zweven, dat voelt zo machtig. Ik bleek er aanleg voor te hebben. En van het één kwam het ander… daardoor mag ik op het WK ook meedoen aan het verspringen. Het is voor mij een bevestiging van wat ik al dacht: denk niet in beperkingen. Je kunt meer dan je zelf denkt. Echt waar.”

(Foto's: Mathilde Dusol)

Deel dit artikel op social media:

Je vraag wordt verwerkt. Een momentje geduld..

Moedig Fleur aan!