Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Aranka Kops (24) is stuurvrouw van de Holland Acht. Zij kan de eerste vrouw worden die een mannenboot aanvoert op de Olympische Spelen. “Ik sta niet in mijn eentje bovenaan in de hiërarchie.”

Arie
“Zo noemen ze mij. De mannen in de boot. Het hoort erbij, iedereen heeft een bijnaam. Ik heb er ook verschillende gehad, bij een andere boot. Zo werd ik een tijd lang ‘Tankie’ genoemd. Volgens mij zijn Maarten Hurkmans en Simon van Dorp na een jaar met ‘Arie’ gekomen. Ik vond het meteen wel grappig. Het klinkt wel lekker. Ik vind het dus wel mooi, ben er trots op om Arie te zijn.”

De eerste
“De eerste vrouw in een mannenboot op de Olympische Spelen. Dat is natuurlijk heel tof. Gaaf. Bijzonder. En heel mooi dat het nu ook mag. Want op de vorige Spelen mocht dat nog niet. Waren mannen en vrouwen nog compleet gescheiden. Best gek, als je kijkt naar de complete roeiwereld. Want op verenigingsniveau is dat al heel lang normaal. Als je fysieke competenties er niet toedoen, dan is het toch logisch dat het wel mag? Ik heb bijna alleen mannen gestuurd, ik weet bijna niet beter. Het zijn vooral anderen die je eraan herinneren dat het speciaal is.”

Vooroordelen
“In mijn ploeg heb ik nooit negatieve reacties gehad over het feit dat er een vrouw als stuur in de boot kwam. Ik heb geen moment het idee gehad dat de mannen in de boot aan mijn kwaliteiten twijfelen, omdat ik een vrouw ben. Dat ik daarom iets minder goed zou kunnen. Dat het zo gaat, vind ik natuurlijk heel fijn. Dat hoop je ook. Voor de rest van de boot is het simpel: zij willen gewoon de beste stuur voor hun boot. Of dat een man of vrouw is, maakt dan niet meer uit. Met wie maakt de boot de meeste kans op goud? Die vraag is veel belangrijker. Die gedachte is altijd de instelling geweest. Daar gaat het om. Ik heb mij daardoor altijd gelijkwaardig gevoeld in de acht.”

Amsterdam
“De stad waar ik sinds mijn achttiende woon. Als ik aan Amsterdam denk…dan denk ik aan de verscheidenheid aan mensen. Een stad die altijd leeft en waar voor iedereen wel iets te vinden is, wat bij hem of haar past. Mijn moeder is een echte Amsterdamse, geboren in De Pijp. Daardoor kom ik er al sinds ik klein ben. Het mooiste vind ik de Amstel. Daar heb ik heel veel getraind. Daardoor maak je het water op verschillende momenten mee. In de regen, maar ook net als de zon er weer door komt. Of op die waaierige dagen, als de schuimkoppen erop staan. ’s Ochtends vroeg bij zonsopgang, met mist op het water. Zo zitten er heel veel Amstel-plaatjes in mijn hoofd. Amsterdam is voor mij natuurlijk ook de stad van Skøll, mijn roeivereniging. De plek waar ik low key begon, vriendschappen voor het leven heb gemaakt en waar het roeien uitgroeide tot een enorm deel van mijn dagelijks leven.”

Gewicht
“Ik ben er altijd voor een race mee bezig. Maar het is geen stressfactor voor mij. Ik weet voorafgaand aan een wedstrijd: een stuur moet minstens 55 kilo wegen. Mede dankzij mijn bouw haal ik dat gewicht nooit. Ik zit altijd net iets boven de 50 kilo. Dat is dus te weinig. Daarom moet ik extra gewicht mee de boot innemen. Bij de inweegsessie, waarbij iedereen voor een wedstrijd wordt gewogen, wordt dat gewicht bepaald. Het verschil tussen mijn gewicht en die 55 kilo, moeten we compenseren. Ik weeg dan een zak zand af of neem soms zelf gewichtjes mee. Die zet ik dan tijdens de wedstrijd bij mijn voeten. Dat is ondertussen een routine geworden.”

Arts
“Ik doe nu mijn master geneeskunde. Daarvoor heb ik drie jaar biomedische wetenschappen gedaan. Ik vind het heel leuk om te doen en wil mijn studie natuurlijk afmaken. Maar wanneer dat zover is, dat is nog een vraag. Door corona is mijn planning behoorlijk omgegooid. Ik heb daardoor mijn co-schappen nog niet kunnen doen. En ik wil het natuurlijk combineren met het roeien. Welke kant ik precies op ga, moet ik later nog bepalen. Het lijkt me heel fijn om kinderen te helpen. Ik doe nu onderzoek op de afdeling chirurgie bij het Prinses Maxima Centrum, een kinderziekenhuis dat gespecialiseerd is in kinderoncologie. Een wereld die heel ver afstaat van het leven van een topsporter. En toch zijn er overeenkomsten tussen het roeien en mijn werk als arts. Je werkt samen aan een doel, communicatie is essentieel en je moet presteren onder druk. Ik hoop dat ik door mijn ervaring in het roeien later ook veel aan deze vaardigheden zal hebben. Op het moment dat ik écht arts ben.”  

Leiderschap
“Daar ben ik pas mee bezig sinds ik stuur ben. Ik heb mezelf nooit echt gezien als iemand die per se de leider was. Maar als ik in zo’n positie kom, voel ik wel aan wat er gevraagd wordt. Hoe zich dat uit? Vooral door het voortouw te nemen in de doelen die je samen stelt. Als stuur moet je wel iets kunnen overbrengen. Als je iets communiceert moet men je begrijpen én willen begrijpen. Het vertrouwen in je hebben, dat jouw advies zinnig is. En je moet niet te veel twijfelen. Daar ben ik wel eens op aangesproken. ‘Maak sneller een keuze, het moet sneller, strakker.’ De jongens in de boot zijn heel ervaren, die weten precies wat ze van hun stuur verlangen. En met hun feedback ga ik aan de slag. Na die opmerking ben ik dus ook sneller keuzes gaan maken. Maar ik sta niet in mijn eentje bovenaan in de hiërarchie, ofzo. Kijk naar de slagman, die het tempo aangeeft. Hij leidt ook, maar op een andere manier.”

Vooroordelen (2)
“Vooroordelen komen er vooral van buitenaf. Van media of andere mensen die mij wat minder goed kennen. Volgens mij is het helemaal niet expres negatief bedoeld. Maar mensen die er verder vanaf staan, weten soms niet hoe het werkt. Hoe wij als boot samenwerken en hoe mijn rol daarin is. En dat roept vragen op. Op zich logisch dat men nieuwsgierig is naar de rol van zo’n kleine vrouw – ik ben 1.65 meter – bij al die bomen van kerels. Leuk, maar luisteren ze dan wel naar je? Dat is de vraag die ik het meest heb gekregen. Tsja. Als een boot niet naar z’n stuur wil luisteren, dan heeft het weinig nut dat die persoon er is. In mijn ogen is het veel meer een samenwerking. En als je samen een doel hebt, dan neem je elkaar serieus. Natuurlijk zijn er ook momenten waarop ik mijn poot stijfhoud. Maar niet omdat ik me per se wil laten gelden. Omdat ik dan denk dat het beter is voor het team.”

Nepal
“Daar ben ik een paar maanden geweest in 2018. Na de middelbare school ben ik direct gaan studeren, maar na vijf jaar wilde ik wel wat anders. Niet stoppen met studeren, maar er even tussenuit. Mijn vriend heeft veel gereisd en was altijd heel enthousiast over Nepal. Dat wilde ik zelf ook meemaken. En hij had helemaal gelijk. Wat een gaaf land. Nepal is een bergland, waarin een deel van de Himalaya ligt. Bergen van meer dan achtduizend meter, zoals de Mount Everest en de Annapurna. Overal heb je prachtige uitzichten. Zwitserland is er niets bij, haha. Niet alleen de natuur heeft indruk op me gemaakt. Ik heb daar ook stage gelopen in een ziekenhuis. De zorg is daar anders geregeld dan hier. Het is daar gebruikelijk dat familieleden de patiënt wassen en eten geven in het ziekenhuis. Er zijn dan ook grote delen van het ziekenhuis, waar alleen maar familie slaapt. Heel bijzonder, deze manier van voor elkaar zorgen. Ik vind het speciaal om een andere cultuur van dichtbij te hebben meegemaakt. Daardoor ben ik meer gaan waarderen hoe goed we het in Nederland hebben.”

Purmerend
“Daar kom ik nog steeds graag. Ik ben in Purmerend geboren en opgegroeid. En ja, op een gegeven moment vertrokken mijn vrienden om te studeren. Ik dus ook. Mijn ouders wonen er nog, maar mijn leven speelt zich daar niet meer af. Ik heb er een mooie jeugd gehad, er liggen veel herinneringen. Met roeien was ik toen nog geen seconde bezig. Ik zat eerst op schaatsen en later op kunstschaatsen. Kunstschaatsen vind ik nog steeds fantastisch om te zien. Kan ik op YouTube echt van genieten. Ik ben er eigenlijk te laat mee begonnen, pas op mijn twaalfde. Daardoor miste ik voor mijn gevoel te veel basis om goed te kunnen worden. Verder ben ik altijd bezig geweest met schilderen en tekenen. Heb ik van mijn moeder, die had thuis altijd op zolder haar schildersezel staan. Zij heeft een kunstopleiding gevolgd kan het echt goed, heeft ook een portret van mijn opa gemaakt dat in de woonkamer hangt. Van mij hangt er een mooie roeifoto. Dat is eervol genoeg.”