Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Als aanvoerder ben je de spreekbuis van het team. Dat zegt Maret Balkestein-Grothues, sinds jaar en dag de captain van onze volleybalvrouwen. Met de nieuwe bondscoach Giovanni Caprara proberen ze zich in Apeldoorn te plaatsen voor de Olympische Spelen in Tokio.

vrijdag 03 januari

Hoe lang ben je al aanvoerder?
“Sinds 2013. Dat is al best wel lang hè? Ik was 24 en werd gevraagd door de bondscoach. Gido Vermeulen was dat toen nog. Ik vond het een hele eer maar moest er wel even over nadenken. Er komt veel meer bij kijken dan je denkt: je moet gesprekken voeren met de coach en met het team. Geluiden opvangen in de kleedkamer over wat er speelt in de groep. Het mooiste is als je aan het eind van een toernooi de beker omhoog mag houden, haha.”

Welke eigenschappen moet een goede aanvoerder hebben?
“Hij of zij moet benaderbaar zijn, open. Speelsters moeten naar me toe kunnen, willen en durven komen als ze ergens mee zitten. En je moet voorop gaan in de strijd. Niet alleen bij wedstrijden, maar ook bij trainingen en krachttrainingen. Altijd gaan. Je kunt dan niet een bal laten gaan omdat je er even geen zin in hebt. Dus je moet het goede voorbeeld geven. En verder moet je communicatief sterk zijn, zowel richting de coach als het team. Dat je goed kunt vertalen wat er leeft. Je bent als aanvoerder eigenlijk de brug tussen het team en de coach.”

Maret juicht tijdens de WK-wedstrijd tegen de Dominicaanse Republiek. Foto: Nevobo/RH Fotografie.

Maret juicht tijdens de WK-wedstrijd tegen de Dominicaanse Republiek. Foto: Nevobo/RH Fotografie.

Het lijkt jou goed af te gaan…
“Ik vond het in het begin wel moeilijk hoor. Als ik geluiden opving vanuit het team, dan moest ik daarmee naar de coach. Sommige coaches zijn heel benaderbaar, andere wat gesloten. Je bent de spreekbuis van het team.”

Sinds de Spelen van Rio in 2016 zijn er veel jonge speelsters bijgekomen. Verandert dat jouw rol als aanvoerder?
“Je merkt dat je in de training meer meiden moet sturen. Dat doe je automatisch. En ik moet zeggen dat die jonge meiden het snel hebben opgepikt hoor. Na Rio zijn speelsters als Debby Stam, Judith Pietersen en Quinta Steenbergen gestopt. Judith en Quinta waren geen basisspeelsters, maar die geven al zoveel weerstand op een training, waardoor het niveau heel hoog lag. Dat hield je dan ook scherp. Dat mis je wel in het eerste jaar na de Olympische Spelen. Dan zit het team in een overgangsperiode. En die ervaren speelsters stappen ook zelf naar een coach als er iets is. Die jonge meiden komen dan nog wel eens bij mij voor advies. Zeker dat eerste jaar. Dan geef ik mijn mening en probeer ik te helpen.”

Wie geeft jou advies als je dat nodig hebt?
“Ik heb heel veel aan Laura Dijkema, dat is ook mijn kamergenootje. Maar ook de andere ervaren speelsters, zoals Lonneke Slöetjes. We spelen al heel lang met elkaar. Met Laura al sinds 2009 bij de club en 2010 bij het nationale team. Met Robin de Kruijf was ik al op het EK in Polen in 2009. Toen werden we tweede. Stonden wij als jonkies aan de kant. Mooi toernooi was dat.”

Maret smasht in een wedstrijd tegen Duitsland. Foto: FIVB.

Maret smasht in een wedstrijd tegen Duitsland. Foto: FIVB.

Afgelopen jaar waren jullie minder succesvol. Hoe kwam dat?
“Ik denk dat we heel veel kwaliteit in het team hebben, maar het kwam er niet uit. Mede doordat de trainingen niet effectief waren. We stonden wel drie uur in de hal, maar niet intensief genoeg, naar mijn mening. Dan hadden we voor mijn gevoel maar anderhalf uur getraind. Of dan deden we een uur pass-training, dan had ik in die tijd vijftig ballen geraakt. Bij mijn club raakte ik wel tweehonderd ballen in een uur. Volleybal is een sport waarbij je heel veel moet herhalen en patronen er moet inslijpen.”

Ging het daardoor mis tijdens het eerste olympisch kwalificatietoernooi in augustus?
“Als team waren we heel erg op zoek om ons beste spel te laten zien. Als dat niet lukte in een wedstrijd, wisten we geen oplossing te vinden. Niet in het veld en de oplossing kwam ook niet van de kant. Bijvoorbeeld door op zulke momenten een goede wissel door te voeren. In een wedstrijd moet je soms veranderen. Bij ervaren coaches zie je dat de wissels goed uitpakken en dat daardoor het wedstrijdbeeld verandert.”

Het gevolg was dat de Nevobo niet verder ging met bondscoach Jamie Morrison. Hoe reageerde de groep daarop?
“Wij hebben na het OKT onze evaluaties doorgegeven aan Joop (Alberda, technisch directeur Nevobo, red.). Hij heeft daarover met meerdere partijen gepraat, met de Nevobo, met de staf, de speelsters, en op basis daarvan is deze beslissing genomen.”

You have to enjoy the process and live day by day

Giovanni Caprara

Wat is dan jouw rol als aanvoerder?
“Ik heb in die periode veel intensief contact gehad met Joop. Ik heb ook geïnventariseerd bij het team hoe ze er in staan en wat hun gevoel is. Dat geef ik dan weer door. Ik zit ook in de spelersraad. Daar heeft hij ook contact mee gehad.”

Dan duurt het drie maanden voor er een nieuwe bondscoach is. Zit je dan als team in onzekerheid?
“Nou, dat valt wel mee. Iedereen zit in het buitenland, bij de club. Dan kan je het redelijk van je afzetten. Je bent bezig met het clubseizoen en wie de nieuwe bondscoach wordt, dat hoor je dan wel. We kwamen pas in december voor het eerst weer bij elkaar. Dus dan maakt het niet uit of de nieuwe bondscoach al in september bekend is of pas in november. Als-ie er nu maar staat.”

Maret passt. Foto FIVB.

Maret passt. Foto FIVB.

Worden jij of andere ervaren speelsters nog betrokken bij de zoektocht naar een nieuwe bondscoach?
“Wij moeten met hem samenwerken. Wij staan met hem in de hal. Bij de inventarisatie hebben we aangegeven wat wij belangrijk vinden, welke kwaliteiten. We hebben ook een aantal namen doorgegeven. Daar is Giovanni Caprara uitgekomen. Meerdere speelsters hadden al met hem gewerkt.”

Wat is het voor een trainer?
“Hij heeft veel ervaring. Heeft ook veel prijzen gewonnen, zowel met de clubs als met het nationale team van Rusland, waar hij bondscoach is geweest. Hij  kent het klappen van de zweep. Hij zegt altijd: “You have to enjoy the process and live day by day”. Zo is het ook. Vrijuit spelen, ook al staat er veel op het spel. Dan zien we vanzelf het resultaat wel.”