Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Softbalster Rebecca Soumeru speelt al haar halve leven in Team Kingdom of the Netherlands. Hoe haar toekomst eruitziet is nog niet duidelijk. Wat motiveert haar om zo lang door te gaan?

Als je softbalster Rebecca Soumeru vraagt wat haar eerste interland was, dan moet ze het antwoord schuldig blijven. Het was in ieder geval in 2001. “Dat was mijn eerste jaar bij het nationale team”, herinnert ze. “Het was in de zomer op de Canada Cup. Maar tegen welk land? Steek mij maar lek.” 

Er zullen maar weinig topsporters zijn die zo’n lange interlandcarrière hebben als de 40-jarige Haarlemse. Je kunt zonder meer zeggen dat de werpster meer dan de helft van haar leven in TeamNL heeft gespeeld, of Team Kingdom of the Netherlands, zoals de honk- en softbalsters het nationale team noemen. “Ik begon al in 1995 met softballen en in 1996 kwam ik bij Jong Oranje. Twee jaar later speelde ik mijn eerste EK met Jong Oranje. En dus vanaf 2001 op het hoogste niveau. Inmiddels zit ik op 142 interlands.” 

Stappen maken 
Wat de toekomst haar zal brengen weet ze nog niet. “Ik ga nog steeds met plezier naar de training. Ik vind het altijd fijn om mijn teamgenoten weer te zien en om ze support te geven. Ik krijg veel energie van het samen zijn met mijn teamgenoten. En ik kan nog steeds stappen maken om beter te worden. Misschien niet hele grote stappen, maar er zijn altijd details die je kunt verbeteren.”

Mijn rol in het team? Ik ga niet in de groep staan en zeggen hoe het moet. Maar ik breng natuurlijk een hoop ervaring mee. Ik hoop rust te kunnen brengen als de druk er verdedigend op staat.” 
 
Fysiek kan ze het nog steeds aan. Hooguit wat kleine blessures. Het belangrijkste is fit blijven”, onderschrijft ze. En of de bondscoach me selecteert natuurlijk. En dan kijk ik wel hoe ver ik het schop. Zo heb ik het de laatste vijf jaar gedaan. Ook omdat ik op een positie speel die fysiek veel van je vraagt. Ik ben pitcher. Bij het softbal werpen we onderhands. Dat is misschien iets minder belastend dan bovenhands, maar je moet je lichaam wel goed onderhouden. In het krachthonk bijvoorbeeld doe ik geen gewichtstraining maar vooral mobility-training. En core-stability. Core is key.

Naast haar softbalcarrière werkt Rebecca ook nog zestien uur per week bij een administratiekantoor in Haarlem. Soms is het wel intensief om het allemaal te combineren, maar het biedt haar ook de nodige afwisseling. “Het is wel pittig af en toe, maar ik vind het ook wel prettig. Soms even eruit, met andere dingen bezig zijn. Je moet natuurlijk wel een werkgever hebben die je als topsporter steunt. Die van mij wil gelukkig altijd meewerken als ik bijvoorbeeld weg moet voor een toernooi.”

LeBron James 
Eind juli strijden de softbalsters om de Europese titel in Sant Boi, onder de rook van Barcelona. Het wordt Rebecca’s elfde EK. Saskia Kosterink, jarenlang een teamgenoot van Rebecca, is tegenwoordig de hitting coach van de nationale poeg. “Ik lag altijd bij haar op de kamer”, vertelt Rebecca. “Het is altijd fijn om haar op het veld te zien. Zij voelt mij het beste aan. Ze weet meteen of ik stress heb of dat het goed gaat. Wat dat betreft is het mooi om dit samen te doen.” 
 
In 2008 maakten Rebecca en Saskia beiden deel uit van de ploeg die meedeed aan de Olympische Spelen in Beijing. TeamNL werd daar zevende van de acht ploegen. “Er zat meer in dan we hebben laten zien”, blikt Rebecca terug. “Maar het was wel een unieke ervaring. Dat we het olympisch kwalificatietoernooi wonnen was echt een hoogtepunt uit mijn carrière. En dat je dan naar de Spelen mag… Dat gun ik echt mijn teamgenoten en iedereen die op hoog niveau sport.  
 
Rebecca straalt als ze eraan terugdenkt. “In de kantine sta je ineens naast Messi en Federer. Dat is zo bizar. Op een gegeven moment stonden we voor ons appartement. Kwam er een enorme man aanlopen. Was dat LeBron James! Wow, LeBron James! En hij zwaaide nog naar ons!” 

Dat je dan naar de Spelen mag… Dat gun ik echt mijn teamgenoten en iedereen die op hoog niveau sport

Rebecca Soumeru

Maar met de Olympische Spelen is ook haar dieptepunt genoemd. Of beter gezegd: het missen van de Olympische Spelen. Het kwalificatietoernooi voor Tokio was in 2019 in Utrecht. Ondanks het thuisvoordeel wist Oranje zich niet te kwalificeren. “Vlak daarvoor hadden we ook de EK-finale verloren. We stonden onder zo’n druk. Dat het er dan niet uitkomt is zo verdrietig. We hadden er zo hard voor gewerkt.” 
 
Om het nog pijnlijker te maken kreeg Rebecca in de laatste wedstrijd een publiekswissel, omdat de toenmalige bondscoach dacht dat ze na het OKT zou stoppen bij Oranje. “Ik weet nog steeds niet wat de speaker toen allemaal heeft gezegd. Het was zo emotioneel. Ik heb de beelden nooit teruggekeken.” 
 
Kalender 
Inmiddels zijn we alweer drie jaar verder en is het nog maar twee zomers tot de Spelen van Parijs. Voor veel sporters een overzichtelijke termijn, maar voor een softbalster geldt dat niet. In de Franse hoofdstad wordt er namelijk niet gesoftbald. Rebecca: “Onze sport heeft geen vaste plek op de olympische kalender. Dat is zo jammer. Ik vind het lastig te begrijpen."

Het is net hoe groot de sport in het organiserende land is
. In Los Angeles in 2028 staat het er misschien wel weer op. Maar dat is nog ver weg. "Ik hoop dat een groot deel van de huidige spelersgroep de kans krijgt om daar heen te gaan.
 
 
Die laatste opmerking tekent Rebecca: ze denkt in het belang van het team. Net zoals ze haar ploeggenoten erbij betrekt als ze zelf in de schijnwerpers staat. Zoals twee jaar geleden, toen ze werd opgenomen in de Hall of Fame van de European Softball Federation. Een ontzettende eer, maar ik doe dat niet in mijn eentje”, zegt ze daarover. “Zonder het team en de coaches kon ik mijn successen niet behalen.” 
 
“Ik vind het nog steeds fantastisch om met die meiden op het veld te staan. Ik heb wel eens nagedacht over wat ik zou doen als ik zou stoppen, maar daar word ik alleen maar verdrietig van. Elke keer als ik in het vliegtuig stap op weg naar een groot toernooi, dan denk ik: dit is waarom ik het doe!”