Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

13 oktober 2019. Het moet haar dag worden. En dat lijkt het ook te zijn. Boksster Nouchka Fontijn waant zich een half uur wereldkampioen. Maar tijdens de prijsuitreiking belandt ze van de hemel in de hel. Na een protest van de Britse bond gaat de titel alsnog naar haar rivale Lauren Price. “Het litteken wordt kleiner. Maar het zal nooit weggaan.”

vrijdag 27 december

Nouchka, hoe vaak denk je nog terug aan die dag?
“Soms. Eigenlijk denk ik er elke dag wel even aan. Ergens, op een random moment. Hoe het gegaan is. Dat het niet gelukt is. Maar het is gelukkig minder vaak en heftig dan in de eerste week na de finale. Toen dacht ik er 24/7 aan. Kon ik er ook niet van slapen. Gisteren heb ik het er nog uitgebreid over gehad met een vriendin. Zij is kunstenares en heeft een plaat gemaakt over die dag.”

Vertel?
“Ze heeft het podium getekend. Het podium zonder mij. Nadat de eerste ceremonie was onderbroken en ik op zo’n ongelooflijke manier tweede was geworden, kon ik het die dag niet opbrengen om zilver in ontvangst te nemen. Dus op de tekening is die tweede plek leeg. Op de eerste plaats staat Price. In een boevenpak.”

Een bevriende kunstenares maakte een tekening van de prijsuitreiking.

Een bevriende kunstenares maakte een tekening van de prijsuitreiking.

Voor de gestolen titel?
“Ik weet niet zo goed of-ie door haar gestolen is. De regels zijn zo dat je mag protesteren na een verloren finale. Ik ben er natuurlijk niet blij mee dat het team van Price dat heeft gedaan. Maar ze hebben gebruik gemaakt van de regels, dat is hun recht. Het is alleen totaal onbegrijpelijk dat het protest is toegekend. Het is niet goed te praten dat de titel aan haar is gegeven. Ik heb die dag gewoon gewonnen… maar ik heb de titel niet gekregen. ”

Wat was je gevoel toen de prijsuitreiking onderbroken werd?

“Ik stond klaar. Te wachten op het Wilhelmus. De meiden die derde waren geworden stonden al op het podium. En toen was het wachten voordat de tweede plek werd omgeroepen. Alleen duurde dat even. Ik maakte nog een grapje dat er iets met het geluid was. Tot mij op een gegeven moment te binnenschoot dat er meer aan de hand was. Dat er een protest was ingediend. Vlak daarna bleek dat gevoel te kloppen. Er werd omgeroepen dat de uitreiking was uitgesteld. We moesten wachten. In onze natte kleren. Bandages nog om. De Marokkaanse die derde was geworden, probeerde mij gerust te stellen. Al met al duurde het een eeuwigheid. En bij iedere official die langs kwam, hoopte ik dat hij het verlossende woord zou geven. Je wil natuurlijk dat iemand zegt; het is goed hoor. We gaan zo door. Maar dat bericht kwam dus niet.”

Uiteindelijk ging je terug naar de kleedkamer.
“Dat wilde ik zelf ook graag. Kon ik eindelijk wat droogs aandoen. Ik was bezig een broek te pakken, toen ik een schreeuw van blijdschap uit een andere ruimte hoorde. Ik wist niet wie het was. Maar wel dat het slecht nieuws was. Die schreeuw was niet van mijn coach, Abdul Fkiri. Vlak daarna kwamen de Britse coaches lachend naar buiten uit de jurykamer. Daarachter liep Abdul met een somber gezicht.”

Wat zei hij tegen je?
“Hij hoefde mij niets te vertellen. Ik wist het al. Niemand heeft het toen uitgesproken. Ik wilde het mijzelf niet aandoen om nogmaals naar de ceremonie te gaan, voor de tweede plek. Ik ben echt nooit moeilijk met formele dingen. Maar dit wilde ik echt niet. Nu koos ik voor mijzelf. Een beetje rebels. Toen ik het eenmaal had uitgesproken, was ik ook heel stellig. Ik ga daar niet huilend naast staan. Ik wilde weg. Tas over de schouder. Deur achter mij dicht. De venue uit, de straat op.”

Daar loop je dan op zo’n moment. In Oelan-Oede, in Siberië. Of all places.
“Ik kende de weg natuurlijk niet. Had geen idee waar ik naar toe wilde. Maar dat boeide me eigenlijk ook niet. Het was donker en het was ijskoud. Ondertussen was ik met vrienden in Nederland aan het appen. Toen ik mijn vingers niet meer kon bewegen, ben ik maar bij een barretje naar binnengegaan. Die was daar gelukkig, tussen alle Russische flats. Mijn vader en de rest van ons team zijn later ook daarheen gekomen. De volgende ochtend vlogen we vrij vroeg terug. Gelukkig.”

Hoe ga je als team op zo’n moment met elkaar om?
“Het is natuurlijk heel fijn als je dan op mensen terug kunt vallen. Je verhaal kwijt kan en jezelf kunt zijn. Natuurlijk bij mijn trainer en partner Abdul, mijn eigen rots in de branding. Maar bijvoorbeeld ook bij onze fysio Pepijn van Ingen bij wie we elke ochtend eitjes bakten op z’n kamer, omdat het ontbijt in het hotel niet denderend was. En niet te vergeten mijn maatje Jemyma (Betrian, red.), die iets eerder klaar was op het WK.”

Hoe kunnen jullie als bokssters elkaar helpen tijdens een toernooi?
“Je leeft met elkaar mee. We waren de enige Nederlandse bokssters daar. Dan ga je elkaar helpen. Ondersteunen. Moet jij boksen, ben ik vrij en heb jij zin in een banaan? Dan haal ik die voor je bij de supermarkt. Jemyma is een mooi mens. Altijd vrolijk en positief. In die nacht na de finale zijn we wel zes keer naar elkaars hotelkamer gelopen. We konden allebei niet slapen. Dan zoek je elkaar op. Een dag later zijn we samen naar het Rode Plein gegaan in Moskou. We moesten daar lang wachten op een aansluitende vlucht. Samen maak je er het beste van. Ik ben dankbaar dat Jemyma er in Rusland zo voor mij was. Dat is bijzonder.”

Wat kwam er in Nederland op je af?
“Het was duidelijk dat het heel erg leefde. Vlak na de finale belden er allerlei omroepen en shows. Terug in Nederland heb ik op tv bij Beau van Erven Dorens mijn verhaal gedaan. Het voelde oké om daar meteen mee naar buiten te komen. Het was ook een prettig interview. Ik was doodop toen ik thuiskwam. Natuurlijk door alle emoties en ook nog door het tijdsverschil. Maar hoe moe ik was, ik kon amper slapen. Werd ik na anderhalf uur weer wakker. Slopend.”

Na een paar dagen vertrok je naar Vietnam.
“Ik had al een vakantie staan. Maar die kon ik vervroegen, daar had ik behoefte aan. Ik ging met mijn moeder. Een heel end weg van alles wat met boksen te maken had. Weer blij worden. We hebben rondgereisd, hadden alleen een heen- en terugvlucht geboekt. In een razend tempo, haha. We hebben vrij weinig gesproken over de finale. Het pijnlijkste laagje was er toen al vanaf. Wat was er ook nog over te zeggen? Op een gegeven moment kwamen we backpackers tegen, wildvreemden. Mijn moeder vertelde dat ik boksster ben. Ze vroegen hoe dat voor haar is. Nou normaal is dat prima, maar wat we nou hebben meegemaakt…Haha, kon ik het hele verhaal uitleggen.” 

Ik heb geen gouden medaille, maar misschien brengt het uiteindelijk ook iets positiefs. Een levenservaring.

Nouchka Fontijn

Hoe ging die verwerking van de finale voor jou?
“In meerdere fases. De eerste dagen was er vooral ongeloof. Is dit mijn verhaal? Serieus? Is het echt gebeurd? Daarna kwam het balen. Dat ik met mijn hond ergens liep en strontchagrijnig werd over hoe het was gegaan. Op een gegeven moment kwam het moment dat ik mijn humeur er niet door wilde bepalen. Weg ermee. Punt erachter. Door.”

Hoe doe je dat?
“Ik moet. Dat zit in mij. Er kwam al snel een nieuwe wedstrijd aan, tegen Kazachstan in Rotterdam. Natuurlijk is dat geen WK-finale. Maar wel een wedstrijd waarin ik goed wil zijn. Waarvoor ik fit wil zijn. Waar mensen iets van mij verwachten. Ik voelde in Vietnam al dat ik weer moest trainen om goed voor de dag te komen. Dus was ik daar alweer bezig met kracht- en conditietraining.”

Dat klinkt heel plichtsgetrouw.
“Ja. Je weet dat het moet gebeuren. Je moet die wedstrijd overleven. Dus dan zorg ik dat ik er klaar voor ben. Afzeggen? Daar heb ik niet eens over nagedacht. En toen ik met die nieuwe wedstrijd bezig was, was er ook geen ruimte om nog aan Rusland te denken. Dat past niet in je hoofd. Ben je geen seconde meer mee bezig. Je moet het accepteren, het staat in de agenda. Hoe erg je er ook tegen opziet. Er is geen weg terug, geen nooduitgang.”

Die agenda, dat plan is bij jou altijd heilig?
“Klopt. Tenzij ik fysiek een stapje terug moet doen. Ik houd er ook niet van om een training af te zeggen. Ik bedenk vooraf hoe mijn schema eruit ziet. Ik ben nu al de lijnen aan het uitzetten richting het olympisch kwalificatietoernooi in maart. Nu, begin december, is het een rustige tijd. Train ik alleen met de bokszak of op een andere manier. Laatst heb ik veertien kilometer gerend met mijn hond over zo’n trail, een uitgezet pad bij Castricum door de duinen. Heerlijk. Dat is mijn opbouwperiode waarin ik creatiever mag zijn in de trainingen. Straks moet het efficiënt en effectief om weer wedstrijdklaar te worden.”

Heeft die dramatische zondag in Rusland je veranderd?
“Nou… ik was wel even bang dat ik een verbitterd persoon zou worden. Eeuwig chagrijnig zou blijven en alleen maar kon denken: wat erg dat mij dit is overkomen. Ik heb wel een litteken op mijn hart. Dat is al een stuk kleiner geworden, maar zal nooit weggaan. Misschien heeft het zijn uiteindelijke grootte al bereikt. Ik heb geen gouden medaille, maar misschien brengt het uiteindelijk ook iets positiefs. Een levenservaring. Dat je je toch over zoiets heen kunt zetten. Door blijft gaan. Het leven is ook te leuk om altijd triest te blijven. Al heb ik nog wel een gevoel van schaamte.” 

Hoe bedoel je?
“Nou, ik moet iedereen in het internationale bokswereldje ooit weer een keer onder ogen zien. Dat heeft iets ongemakkelijks. Zo van: daar is ze weer. Het lulletje dat dacht dat ze wereldkampioen was. Dat gevoel zit er nog wel en zal langzaam slijten. In januari beginnen de toernooien weer, waardoor ik veel mensen weer tegenkomen. En dat is ook goed. Ik moet verder. Wil verder. Ga verder.”