Niels Kingma: “Toen ik uit het team werd gezet was dat een wake up call”
Niels Kingma: “Toen ik uit het team werd gezet was dat een wake up call”
De shorttrack-carrière van Niels Kingma hing aan een zijden draadje. Twee jaar geleden werd hij uit de selectie van TeamNL gezet. Niet goed genoeg bevonden. Via een omweg vocht hij zich terug.
Niels Kingma dacht er al over om te stoppen met shorttrack. Hij had concrete plannen om zich helemaal te richten op zijn studie Geneeskunde, waarvoor hij in 2023 zijn bachelor had gehaald. Tot hij eind april het verlossende bericht kreeg van bondscoach Niels Kerstholt, dat hij zich opnieuw mocht aansluiten bij de nationale trainingselectie van de KNSB.
Slechtst presterende rijder
Opnieuw, want in het verleden had de 25-jarge Drent ook al eens deel uitgemaakt van het elitekorps van de schaatsbond. Maar twee jaar geleden werd hij door diezelfde bondscoach uit de selectie van TeamNL gezet. “Destijds was ik objectief gezien de slechtst presterende rijder uit het nationale team”, geeft Niels toe. “Ik heb me in de twee jaar dat ik erbij zat, nooit geplaatst voor de wereldbeker. De bondscoach vond dat ik me niet goed genoeg ontwikkelde, met name op technische punten, waardoor ik achter begon te lopen op de rest van de groep. Op een gegeven moment moest er ruimte gemaakt worden en was ik de eerste.”
De boodschap kwam hard aan. “Dat was natuurlijk niet fijn. Ik vond dat ik nog niet klaar was om te stoppen. Ik had nog steeds heel veel plezier in de sport. Dus toen was het wel: hoe nu verder?”
Niels sloot zich aan bij het Center of Excellence, een internationale trainingsgroep van getalenteerde shorttrackers, onder leiding van Benny Bruggemans. “Daar ben ik toen met volle overtuiging ingedoken om terug te keren naar de top”, vertelt Niels.
Hij gaf zichzelf twee jaar om zijn doel te bereiken. “Toen ik uit het team werd gezet was dat wel een wake up call. Zo van: wat je doet, werkt niet. We moesten het anders aanpakken dan ik daarvoor deed. De bondscoach gaf me een aantal punten mee, waar ik aan moest werken. Daarmee zijn we aan de slag gegaan. Heel gericht.”
Vechten in de bochten
Niels somt een aantal punten op: “Ik ben fitter en sterker. Maar het belangrijkste is dat ik technisch ben verbeterd; ik ben stabieler en kan met minder energie dezelfde of zelfs snellere rondetijden rijden. Daardoor ben ik minder aan het vechten in de bochten, waardoor ik minder energie verbruik en ik langer door kan.”
Het betaalt zich vooral uit op de 1.000 meter. Niels: “De 500 meter was voorheen altijd al mijn sterke punt, maar voorheen had ik op de 1.000 meter aan het eind altijd wat moeite. Maar nu kan ik tot het einde goed door. De snelheid zat er altijd wel in, maar snelheid behouden was altijd een probleem. Dat heb ik nu veel meer onder controle, waardoor ik comfortabeler in een groep zit en daardoor ook acties kan maken.”
Niels had bij het Center of Excellence niet de faciliteiten die een rijder bij de bond heeft. Hij moest veel zelf doen, maar daar heeft hij ook veel van geleerd. “Ik moest uitvinden wat voor mij werkt. Hoe kan ik mezelf verbeteren, zonder de beste begeleiding die je bij het nationale team hebt? Ik heb aan mezelf leren sleutelen en die kennis kan ik nu, met betere faciliteiten, weer toepassen. Met als gevolg dat ik denk ik nog weer een volgende stap kan zetten.”
Niels leerde gestructureerder te werk te gaan en had daar deze zomer al profijt van. “Met het analyseren van mijn trainingen, waar liggen de verbeterpunten, wat ging er goed?”
Hij schreef na elke training zijn bevindingen op en besprak dat met zijn coaches. “Ik denk dat dat me ook geholpen heeft. Je kunt beter controleren waar je mee bezig bent. Je kunt je resultaten terugkijken en zien of je jezelf verbetert of niet, en waar dat aan ligt.”
Race-ervaring
De volgende stap is het internationale niveau. In september plaatste Niels zich voor de wereldbekerwedstrijden van dit seizoen. “Ik ben er nog niet”, realiseert hij zich. “Het is leuk dat ik me geplaatst heb voor de wereldbekers maar ik moet me nog wel verder doorontwikkelen. Het wordt een spoedcursus racen op het hoogste niveau. Want je hebt daar meteen vijf mannen van wereldklasse in je rit. Ik ga daar heel veel van leren.”
Ik heb aan mezelf leren sleutelen en die kennis kan ik nu, met betere faciliteiten, weer toepassen
“Het is moeilijk om er prestaties aan te koppelen. Ik heb stappen gezet en ben nu aan het uitvinden waar ik sta. Dus ik ben heel erg benieuwd.”
Olympisch kampioenen
In februari was Niels in Milaan, waar hij zijn voormalige trainingsmaatjes zag schitteren op de Olympische Winterspelen. De dag dat Xandra Velzeboer en Jens van ’t Wout goud wonnen, zat hij op de tribune in het stadion. “Dat is wel heel mooi”, blikt hij terug. “Fantastisch voor de Nederlandse shorttracksport. Ik ken Jens al sinds mijn jeugd. Dan is het alleen maar prachtig als je hem olympisch kampioen ziet worden. Datzelfde geldt voor Xandra.”
Niels had niet het gevoel dat hij daar ook had willen staan. “Dat had ik vooral heel erg aan het begin van het seizoen. Maar bij de selectiewedstrijden in september lag ik al zo ver achter, dat ik toen al wist dat ik in februari de Spelen niet zou rijden. Dus die verwerking is toen al begonnen.”
De gouden race van de relaymannen zag hij thuis bij vrienden voor de tv. Hij moet nog even wennen aan het idee dat hij straks met diezelfde mannen de aflossing mag rijden. “Ik word nu ineens onderdeel van een team met olympisch kampioenen”, weet hij. “Ik heb die ervaring niet. Maar ik weet wel dat ik het goed kan, dus ik heb er heel veel zin in.”