“Zat ik daar met een potje kauwgom en een spuugbakje. Niet tof”
“Zat ik daar met een potje kauwgom en een spuugbakje. Niet tof”
Tien kilo spiermassa trainde gewichthefster Myrthe Timmermans bij elkaar sinds haar eerste training. In de jaren daarna leerde ze haar lichaam beter kennen dan ze ooit had kunnen bedenken. Een gesprek over oerkreten op het platform, spuugtrucs bij de weegschaal en commentaar in de zomer.
De Venlose Myrthe (29), die uitkomt in de gewichtsklasse tot 69 kilo, had vrijwel haar hele jeugd geturnd. In 2018 belandde ze min of meer per toeval bij gewichtheffen. Een schot in de roos, bleek al snel. “Het is zo’n technische sport. Je bent nooit uitgeleerd. Ik vind het ontzettend tof.” Na een half jaar won ze haar eerste titel op het NK onder de 23 jaar tot 58 kilo. Inmiddels is ze meervoudig Nederlands kampioen en maakt ze zich opnieuw op voor het EK, met als doel een ticket voor het WK later dit jaar te bemachtigen.
Negatieve opmerkingen
De stappen die ze in de afgelopen jaren zette, zijn letterlijk zichtbaar in de kilo’s die ze boven haar hoofd kan houden. Ze begon met gewichten die ze nu als schattig zou bestempelen. “Ik kon vijftig kilo trekken en zestig stoten. Destijds vond ik dat heel wat. Ik had nooit gedacht dat ik er meer dan veertig kilo per lift bij zou tillen.”
Met het toenemende gewicht op de halterstang groeide ook haar spiermassa. “Voor mij is dat heel geleidelijk gegaan. Pas als ik oude foto’s er bij pak, zie ik hoeveel ik fysiek ben veranderd. Hoe ik naar mezelf kijk? Die spieren zijn functioneel, en tot op zekere hoogte vind ik ze ook mooi. Maar in de zomer is het soms lastiger. Mensen hebben snel een mening. Ik heb flinke schouders en een gespierde rug. Als ik een hemdje draag, merk ik dat mensen staren. Ik voldoe blijkbaar niet aan het traditionele ideaalbeeld van een vrouw. Ik ben te gespierd. Maar dat weerhoudt me niet om deze sport te doen.”
In de winter, met meer lagen kleding, is de reactie vaak juist omgekeerd, ervaart Myrthe. “Dan zijn mensen verbaasd als ik zeg dat ik gewichtheffer ben. Dat komt misschien ook doordat ik niet zo groot ben: 1,65 of zo. Als ik dan vertel dat ik 120 kilo boven mijn hoofd kan houden, zie ik hun verbaasde blikken. Dat vind ik wel vet.”
Als het gewicht naar beneden valt en ik zie twee of drie witte lampen van de jury…dat is zó’n euforisch gevoel
Gewichtsklasse
Een essentieel onderdeel van gewichtheffen is de gewichtsklasse waarin de sporters uitkomen. Voor vrouwen lagen die klassen – tot juni 2025 – tussen de 45 kilo en +87 kilo. Myrthes kwam klasse tot votig jaar uit in de klasse tot 64 kilo. Die was wereldwijd zwaar bezet. “Een moordende concurrentie,” noemt ze het. “Op het afgelopen WK werd in deze klasse zelfs meer getild dan in bepaalde klassen daarboven.”
In juni 2025 werden de gewichtsklassen opnieuw ingedeeld en verschoof haar categorie naar 63 kilo. Het was de derde keer in haar carrière dat de indeling veranderde. Myrthe koos er daarom voor uit te komen in de klasse toto 69 kilogram. Waarom het steeds gebeurt, is voor Myrthe een raadsel, maar het zorgt er wel voor dat ze zich telkens opnieuw moet aanpassen.
Spuugbakje
Op wedstrijddagen moet haar gewicht tot op de gram kloppen. Inmiddels weet Myrthe precies hoe ze dat aanpakt. Weken vooraf weegt ze standaard iets zwaarder, om vlak voor de wedstrijd weer af te vallen. “Ik eet op gevoel. Ik hou me niet vast aan een strikt schema waarbij ik alles moet afwegen. Ik weet inmiddels goed hoe mijn lichaam werkt. Een dag voor de wedstrijd verlies ik bijvoorbeeld standaard nog een kilo door de spanning. Daar kan ik op vertrouwen. En alleen de laatste dagen pas ik mijn voeding echt aan: weinig zout, geen grote maaltijden of bergen groente. Dat scheelt vocht en volume. Ik vind het interessant hoe dat werkt. Al ben ik na de wedstrijd ook altijd weer blij dat ik weer gewoon kan eten.”
Twee uur voor de wedstrijd vindt de officiële weging plaats. De weegschaal moet dan maximaal 64,00 aangeven, geen gram meer, legt Myrthe uit. “Als je zelfs maar tien gram te zwaar bent, moet je dat binnen een uur zien kwijt te raken. Dat is me weleens overkomen. Er zijn allerlei trucs: zweten, vocht kwijtraken, speeksel verliezen. Dat laatste heb ik eens moeten doen. Zat ik daar met een potje kauwgom en een spuugbakje. Echt niet leuk.”
Oerkreet
Wat het dan allemaal waard maakt? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. “Het moment dat ik een zware lift doe en alles technisch klopt. Of als ik een pr haal. Dan weet ik: hier heb ik voor gewerkt. En als het gewicht naar beneden valt en ik zie twee of drie witte lampen van de jury…dat is zó’n euforisch gevoel.”
Gewichtheffen kent twee technieken: trekken en stoten. Bij trekken (snatch) gaat het gewicht in één vloeiende beweging van de grond tot boven het hoofd, met gestrekte armen. Bij het stoten (clean and jerk) wordt de halter eerst naar de schouders gebracht, en vervolgens in een tweede beweging boven het hoofd uitgestoten. Vooral het onderdeel ‘stoten’ heeft Myrthes hart, vertelt ze. “Daar kan ik net wat meer agressie in kwijt. En op wedstrijden sta ik sowieso meer ‘aan’ dan op trainingen. Dan presteer ik altijd beter. Soms kijk ik beelden terug en zie ik mezelf schreeuwen. Dat is niet iets wat ik bewust doe. Het gebeurt gewoon als ik álles in m’n lijf aanzet om dat gewicht omhoog te krijgen. Dan komt er een soort oerkreet. De eerste keer dacht ik echt: wat is dit? Ik vond het zelfs een beetje gênant,” zegt ze lachend. “Maar het hoort erbij. Ik kan het niet tegenhouden.”