Wat zijn de regels van squash?
Wat zijn de regels van squash?
Squash is één van de vijf nieuwe sporten die in 2028 zijn toegevoegd aan het programma van de Olympische Spelen. Maar hoe werkt deze sport precies? We leggen het hier uit.
Squash is een racketsport die al sinds 1850 wordt beoefend. De sport staat bekend om zijn intensiteit, snelheid en strategie. Wereldwijd wordt squash gespeeld in meer dan 185 landen. Toplanden zijn Groot-Brittannië, Australië, India en Pakistan.
Squash wordt gespeeld in een gesloten ruimte met vier muren. De achterwand is meestal van glas, maar je hebt ook volledig glazen banen (glass courts). Het speelveld heeft een vloeroppervlakte van 6,40 bij 9,75 meter.
Twee spelers (of vier bij dubbelspel) slaan om de beurt een kleine rubberen bal tegen de voormuur, waarbij de bal binnen de lijnen van het speelveld moet blijven. Het doel is om de bal zo te plaatsen dat de tegenstander hem niet goed kan terugslaan. Om hun ogen te beschermen tegen letsel, dragen sommige spelers tijdens een wedstrijd een bril.
Squash-jargon
Enkele termen die je moet kennen om een squash-wedstrijd beter te kunnen volgen:
Hand-out: servicewissel.
Let: overspelen van een punt (vaak vanwege de veiligheid).
Stroke: punt toegekend doordat de tegenstander verhindert een winnende bal te slaan.
Blocken: voor de tegenstander gaan staan om zijn slag of doorloop te hinderen, maar niet voldoende voor een let of stroke.
Down: als de bal onder de onderste rode lijn gaat, dan is deze 'down'.
Out: als de bal boven de bovenste rode lijn is, dan is de bal 'out'.
Not up: als de bal twee keer stuitert voordat de tegenstander die kan spelen.
Boast: bal geslagen via de zijmuur richting de voormuur.
Drive: lange bal zo dicht mogelijk geslagen langs de zijmuur.
Point-a-rally: elke rally levert een punt op, ongeacht wie serveert.
Nickball: een bal die exact in de rand tussen de vloer en de staande muur valt, nadat hij via de voormuur is geslagen.
De spelregels van squash zijn relatief eenvoudig. De opslag begint vanuit een servicevak en moet de voorwand raken boven de servicelijn. Daarna mogen spelers de bal tegen de zijwanden en achterwand slaan, zolang die uiteindelijk de voorwand raakt voordat hij twee keer op de grond komt. Een rally eindigt wanneer een speler de bal mist, buiten de lijnen slaat of de bal twee keer laat stuiteren.
Punten worden volgens het point-a-rally systeem geteld: elke rally levert een punt op, ongeacht wie serveert. Wie het eerst elf punten scoort met twee punten verschil, wint de game en wie het eerst drie games wint, wint de wedstrijd.
De naam squash komt van het Engelse werkwoord ‘to squash’, wat ‘platdrukken’ betekent. Dit verwijst naar de zachte rubberen bal die bij impact tegen de muur of vloer licht indeukt, in tegenstelling tot de harde bal bij bijvoorbeeld tennis.
Foto: Thijs Roukens (foto Hasta La Vista/SBN).