Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Hoe bereik je de top in een sport die verder in Nederland nauwelijks wordt beoefend? En waarom ga je uitgerekend aan die sport doen? Janneke en Laura Berghuis over hun liefde voor mogulskiën.

Moguls, buckels, sneeuwbulten; hoe je ze ook noemt, een gemiddelde wintersporter zal ze het liefst vermijden en over een vlakke piste naar beneden suizen. Maar Janneke en Laura Berghuis zijn er dol op. Als fulltime mogulskiër kan het parkoers de zussen uit het Brabantse Mierlo niet hobbelig genoeg zijn. En onderweg naar beneden pakken ze ook nog even twee schansen mee.

“Ik vind het ontzettend gaaf omdat het een spectaculaire sport is en dat je heel snel keuzes moet maken”, zegt Janneke, met 21 jaar de oudste van de twee. “Als je op de laatste buckel voor een schans niet goed uitkomt, moet je op dat moment beslissen of je voor een moeilijke sprong gaat die je van tevoren had gekozen, of moet je kiezen voor een safere sprong. Ook in de lucht moet je je snel kunnen aanpassen voor de landing.”

Laura, 18 jaar, vult aan: “Wat ik ook heel gaaf vind is dat elke nieuwe piste waar je komt, weer compleet anders is dan de vorige. De sneeuw is anders, de buckels zijn anders, de schansen zijn anders. Begin deze maand in Finland was de helling 29 graden en de buckels open en groot. Vlak daarna in Zweden was de helling 24 graden en de buckels gesloten en klein. In twee dagen moet je dan je techniek compleet aanpassen zodat je er goed doorheen komt.”

Janneke tijdens een wereldbekerwedstrijd in Alpe d'Huez.

Janneke tijdens een wereldbekerwedstrijd in Alpe d'Huez.

Montana Snowcenter
Bij de vraag hoe ze ooit met deze sport zijn begonnen, wijzen de zussen spontaan naar hun moeder, Desi Berghuis. “Mama skiede altijd op vakantie”, licht Janneke toe. “Toen wij net konden staan zijn wij ook op ski’s gezet. Misschien daarvoor zelfs al. Sinds we anderhalf jaar oud waren skiën we eigenlijk al.”

Op een kwartiertje rijden van hun ouderlijk huis ligt Montana Snowcenter, een indoor skibaan in Valkenswaard. Desi geeft daar training in mogulskiën. Dat haar dochters dit ook gingen doen was niet meer dan logisch. “Ik heb er nooit over nagedacht om bijvoorbeeld aan alpineskiën te gaan doen”, zegt Janneke. “We zijn altijd bij mogulskiën gebleven. Het was natuurlijk hartstikke gaaf met die schansen en dat mam het ons kon voordoen.”

Wat is mogulskiën?

Moguls of mogulskiën is een discipline in het freestyle skiën. De skiërs maken een afdaling over een hobbelige piste, ook wel buckelpiste. Onderweg moeten ze over twee schansen, waarbij ze punten krijgen voor de sprongen. In combinatie met de tijd en de score voor de skitechniek levert dit de eindscore op. Er zijn wedstrijden voor singles, waarbij de deelnemers één voor één afdalen. Bij dual moguls gaan ze in tweetallen tegen elkaar en valt er steeds een af.

In Valkenswaard hebben ze de mogulskiclub Snowriders opgericht, waar veel jonge kinderen bij zijn aangesloten. Als de tijd het toelaat, geven Janneke en Laura zelf ook training. Janneke: “Ik vind het leuk om de sport in Nederland bekender te maken.”

Waterschans

Tegenwoordig draait alles bij het gezin Berghuis om mogulskiën. Laura en Janneke zijn er fulltime mee bezig en ook hun elfjarige zusje Floortje heeft al interesse in die richting. Desi heeft haar baan opgegeven om haar dochters te begeleiden. “Het is wel passen en meten inderdaad, maar we hebben een goede verdeling gemaakt”, zegt ze. “Ik reis veel met mijn dochters mee en daarnaast coach ik de Snowriders Europacup-skiers.” Janneke en Laura hebben hun eigen Worldcup coach Fred Weiss.

Laura in actie in Hintertux.

Laura in actie in Hintertux.

Het wedstrijdseizoen loopt ongeveer van begin december tot half maart. Dan zitten Janneke en Laura bijna onafgebroken in het buitenland. In de zomer proberen ze zoveel mogelijk in Nederland te trainen. Behalve in de indoorhal zijn ze dan vaak te vinden bij Adventure & Thrill in Best, waar ze trainen op trampolines en een waterschans. “Daar kunnen we perfect onze sprongen oefenen”, zegt Laura. “In de zomer kunnen we daar in de ochtend trainen en ’s middags kunnen we die sprongen in de sneeuw doen. Maar zodra we de piste op willen, met buckels, dan gaan we wel naar het buitenland.”

“Dus wat we op het eind doen, splitsen we in de zomer op. We beginnen met de sprongen, dan snelheid en techniek en in de winter komt alles bij elkaar.”

Ondertussen volgen beide zussen ook nog een studie sportmarketing aan de Johan Cruyff Academy in Tilburg. “Ze helpen gigantisch mee”, vertelt Janneke. “De docenten zijn heel flexibel, tentamens die je kunt verschuiven, lessen die je kunt terugkijken. Veel online ook.”

Het perfecte plaatje
Hoewel de zussen dagelijks met elkaar optrekken, benaderen ze hun sport elk op hun eigen wijze. “Ik heb altijd het gevoel dat Laura het perfecte plaatje is van een topsporter”, zegt Janneke. “Ze is heel gestructureerd en doet alles precies volgens het boekje. Ze kijkt veel video’s die ze analyseert en ze maakt aantekeningen. Ik doe alles meer op gevoel. Ik visualiseer een run in mijn hoofd en probeer op die manier een beeld te krijgen van waar de moeilijke punten zitten in een piste.” Het werkt allebei, want qua niveau zitten de zussen redelijk dicht bij elkaar.

Janneke tijdens de wereldbekerwedstrijd in het Finse Ruka.

Janneke tijdens de wereldbekerwedstrijd in het Finse Ruka.

Als jongste had Laura altijd iemand om zich aan op te trekken. “Dat is ons hele leven al een beetje een wedstrijd geweest”, vertelt ze. “Ik moest altijd achter Janneke aan racen, haha. Voor mij was het natuurlijk de uitdaging om te proberen haar bij te houden. En als zij een nieuwe trick deed, bijvoorbeeld een grab, dan wilde ik dat ook.”

Andersom was dat minder. “Ik dacht: ik doe gewoon mijn ding”, aldus Janneke. “Ik had natuurlijk wel andere mensen aan wie ik me spiegelde. Hanna en Sophie Weese bijvoorbeeld, twee Duitse skiesters. Als die aan een wedstrijd meededen, dan was er voor de rest bijna geen kans om te winnen. Sinds kleins af aan meette ik me daar aan.”

Nekwervel
Janneke maakte in 2020 haar debuut in de World Cup. Laura volgde dit seizoen, maar ze kende een ongelukkige start. Tijdens de wereldbekerwedstrijd in het Finse Ruka kwam ze ten val waarbij ze een breuk opliep in haar tweede nekwervel. Waarschijnlijk moet ze de rest van het seizoen revalideren. “Ik heb wel vaker dat soort vallen gehad, maar nu kwam ik net verkeerd neer. Maar het is niet een blessure die heel veel voorkomt in onze sport hoor. Iedereen schrok er wel een beetje van.”

Laura tijdens de wereldbekerwedstrijd in het Finse Ruka.

Laura tijdens de wereldbekerwedstrijd in het Finse Ruka.

Ook Janneke heeft al wat blessureleed meegemaakt. Door een hersenschudding stond ze vorig seizoen aan de kant. “Ik was in drie maanden vijf keer op mijn hoofd gevallen. Ik nam het niet serieus genoeg en dacht: het komt wel goed. Uiteindelijk stapelde het zich op en heb ik er anderhalf jaar uitgelegen.”

Je zou er angstig van worden als je zoiets overkomt. Janneke: “Dat wil je niet te vaak meemaken inderdaad. Maar ik denk dat je van zo’n grote blessure ook heel veel leert en op een betere manier terugkomt. Je gaat meer nadenken: welke risico’s wil ik op welk moment nemen? Als ik bijvoorbeeld val tijdens een training, zal ik nu eerder een stapje terugdoen en kijken hoe ik me voel. Hoe is mijn coördinatie, het adrenaline- en stressniveau?”

Laura: “Je komt er sterker uit. Fysiek maar ook mentaal. Je weet hoe je andere beslissingen moet nemen op belangrijke momenten.”

Olympische Spelen
Samen dromen ze ervan om als eerste Nederlandse mogulskiërs ooit mee te doen aan de Olympische Spelen. Liefst al in 2026 in Milaan, en anders vier jaar later. En dan ook maar meteen een medaille. Janneke: “Deelname aan de Olympische Spelen zou al heel gaaf zijn, maar als je aan een wedstrijd meedoet denk je niet: ‘Jee, ik ga voor deelname’. We doen wel mee om echt bovenop dat podium te staan.”

Als ze de stijgende lijn weten vast te houden achten ze dat niet onmogelijk. “Je weet nooit wat er tussendoor gebeurt of op de dag zelf. Het is niet onmogelijk, maar je kan er natuurlijk niet op rekenen dat je goud gaat pakken. Je hebt gewoon heel veel ervaring nodig in dat soort grote wedstrijden. Dan weet je wat er nodig is om een goede prestatie neer te zetten.”