Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Bij het kanovaren wordt gevaren met twee typen boten: een kano en een kajak. Maar wat zijn precies de verschillen?

Het kanovaren kent twee olympische disciplines: wildwater (slalom) en vlakwater, waarbij de laatste naast de sprint ook een niet-olympisch onderdeel kent, de marathon.

Bij het kanovaren wordt gevaren met twee typen boten: een kano en een kajak. Bij beide boten vaar je vooruit en beweeg je je voort met een peddel. Maar wat zijn precies de verschillen?

Peddel
Kano’s zijn meestal wat groter en hebben een open bovenkant. De kanoërs bewegen zich voort met een enkelbladige peddel, ook wel steekpeddel genoemd, of met een dubbelbladige peddel. Op wedstrijdniveau wordt er gevaren met één, twee of vier personen. Dit wordt aangeduid met C1, C2 of C4.

Een kajak is wat slanker en heeft een gesloten bovenkant. Een kajak wordt voortbewogen met een dubbelbladige peddel. Ook hier wordt op wedstrijdniveau gevaren met één, twee of vier personen. Dit wordt aangeduid met K1, K2 of K4.

Bij de sprint racen de deelnemers tegen elkaar in een eigen baan. De officiële afstanden zijn 200 m, 500 m, 1.000 m en 5.000 m.

Foto: Kitty Schiphorst en Anja Mus in de K2 (ANP).