Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Altijd in beweging, altijd onderweg. Maar soms is het goed om even stil te staan bij een bijzonder moment op onze reis. Vandaag gaan we met shorttrackster Lara van Ruijven terug naar 20 februari 2018. De dag van het bronzen relaywonder van Gangneung.

“Haha, die blikken en hoofden van ons. Dat doet emotie dus met je. Je wordt er niet bepaald knapper van. Op dit moment kon ons dat bijzonder weinig schelen. We staan hier op de Olympische Spelen van 2018. Met de relayploeg moesten we die dag de B-finale rijden. Dat was eerst vooral balen. We waren goed, hoorden eigenlijk in de finale thuis. Maar in de halve finale hadden we het niet gered. Na een paar dagen van teleurstelling ging de knop om. We wilden – zo goed als het kon – toch met een opgeheven hoofd uit Zuid-Korea vertrekken. Er toch nog wat van maken. Dat het ijs supersnel was, motiveerde ook enorm. Op de trainingen werden alleen maar records gereden. We wisten dat we nog een aanval konden doen op het wereldrecord. Dat moest ons antwoord zijn op onze uitschakeling.”

Jullie zijn gek
“Het lukte. Een wereldrecord. Natuurlijk was het in de B-finale, maar toch. We hadden onszelf goed laten zien en zouden daarmee vijfde worden. Vlak daarna werd de A-finale gereden. We wilden graag kijken. Als liefhebbers, want – of je nou uitgeschakeld bent of niet – het is een prachtige wedstrijd. En ergens in ons achterhoofd wisten we dat ‘het zou kunnen’. Als er twee teams een penalty kregen, zouden wij opschuiven van plek vijf naar plek drie. We wisten dat zoiets in theorie zou kunnen. De dag daarvoor hadden we het er nog over in ons hotel. Ik denk dat ik mijn podiumschoenen toch maar meeneem, zei ik toen tegen mijn teamgenootje Yara van Kerkhof.  Dat zijn schoenen die je aan doet bij een officiële gelegenheid. Yara was het met mij eens. Wie weet hebben we ze toch nog nodig. Suzanne Schulting en Jorien ter Mors lachten ons uit. ‘Doe normaal’, zeiden ze. ‘Jullie zijn gek’. Misschien hadden ze gelijk. Want ik had nog nooit een finale gezien waarin twee teams werden gediskwalificeerd.”

“Op de foto staat iedereen behalve Jorien. Hoe dat precies komt, hebben we nooit echt besproken. We wilden langs de boarding gaan staan om de wedstrijd te kijken. Ik denk dat Jorien is tegengehouden door iemand van de security. Dat gebeurde ons namelijk ook. Alleen – met een smoes ofzo – kwamen wij drieën er wel langs. We gingen in een hoek van de baan staan. De wedstrijd was al bezig. Natuurlijk zagen we zelf overal een penalty in. We konden niet objectief zijn. Wilden zo graag zien wat we wilden zien. We wisten ook dat finales tussen China en Zuid-Korea altijd voor chaos zorgen. Die gunnen elkaar niets. Worden liever gediskwalificeerd dan dat ze tweede worden. Eén van die twee krijgt sowieso een penalty, dachten we.”

De bronzen shorttrackploeg op het podium in Gangneung. Foto: ANP

De bronzen shorttrackploeg op het podium in Gangneung. Foto: ANP

Verlossende woord
“Natuurlijk was de finale spannend. Maar daarna… het was niet te doen. Wat duurde het lang voordat er een uitslag werd omgeroepen. We maakten elkaar helemaal gek langs de kant. Want dit was toch een goed teken, dat lange vergaderen? Zou het dan toch? Er was genoeg gebeurd. Na een paar minuten kwam het verlossende woord. ‘There are two…’ De speaker hoefde zijn zin niet eens af te maken. We wisten al genoeg. Een seconde later stond het ook op het scherm in de hal. Diskwalificaties voor twee teams, China en Canada. En daardoor pakten wij het brons. We wisten van gekkigheid niet wat we moesten doen. Ik klom eerst op de boarding, maar zag dat de andere meiden naar de start liepen, waar onze bondscoach Jeroen Otter stond. Je ziet ‘m op de foto trots genieten van onze vreugde. Het verdriet van de halve finale maakte het hoogtepunt nog extremer. Alle emoties kwamen eruit.”

“Na de Spelen stopte Jorien met shorttrack. Maar eigenlijk veranderde er daardoor weinig. Jorien moesten we sowieso al vaak missen omdat het shorttrack niet altijd te combineren was met langebaanschaatsen. Rianne de Vries was reserve in Zuid-Korea, maar maakte volledig deel uit van onze vaste ploeg. Als viertal kennen we elkaar heel goed, zijn heel erg op elkaar ingespeeld. De rolverdeling is ook niet veranderd. Wij hebben niet één iemand die de leider is, dat doen we met elkaar. We praten veel met elkaar en zijn ook kritisch. In the heat of the moment geef je elkaar weleens een sneer of ben je het oneens met elkaar. Daar word je uiteindelijk alleen maar beter van als team. Het komende EK staan we er ook weer met z’n vieren. Het is één van de twee belangrijkste momenten van dit seizoen. Natuurlijk willen we goed zijn op het WK, volgende maand. Maar ook nu kunnen en willen we pieken. Jeroen heeft de plannen zo uitgestippeld dat we op ons best kunnen zijn op de EK én WK.”

Niets is onmogelijk
“Onze bronzen medaille in Zuid-Korea bewijst dat niets onmogelijk is. Dat je altijd hoop kan houden, ook als je bijna geen kans lijkt te hebben. Wij hebben onze kans gegrepen, al hadden we het niet helemaal zelf in de hand. Dat we die dag ook een wereldrecord hebben neergezet, maakt het extra mooi. Het bewijst dat we niet alleen maar geluk hebben gehad.”