Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Een emotionele rollercoaster. Dat was het afgelopen jaar voor Debby Willemsz. Als reservekeepster van onze waterpolodames raakte ze het plezier in de sport kwijt. Toen ze besloot te stoppen, leek dat haar rust te geven. Maar drie maanden later hield ook eerste goalie Laura Aarts het voor gezien. Dat zette voor Debby alles opnieuw op zijn kop.

“Eind 2018 had ik een dip. Ik dacht dat het door de winter kwam en mijn mislukte transfer naar Spanje. Ik zou dat seizoen naar Mataró gaan, maar dat ging op het laatste moment niet door. In plaats daarvan trainde ik elke dag in Zeist. Het waterpolo werd ‘moeten’ in plaats van ‘mogen’.”

Aan het woord is Debby Willemsz. De 25-jarige Rotterdamse maakt sinds 2012 deel uit van de Nederlandse waterpoloselectie. Toen Ilse van der Meijden, keepster van het gouden team van Beijing, stopte, was Debby haar logische opvolger in de basis. En dat was aanvankelijk heel succesvol. In 2014 veroverde Oranje zilver op het Europees kampioenschap. In de halve finale werd titelverdediger Italië verslagen na strafworpen. Met drie gestopte ballen vervulde Debby een heldenrol.

In 2015 kwam Laura Aarts bij de selectie. Tijdens het WK in Kazan maakten beide keepsters om beurten hun opwachting. Daarna werd Laura de eerste keuze onder de lat. Debby belandde op de bank. “Ik heb er altijd heel erg van gebaald”, vertelt ze. “Je traint je ‘de tandjes’ en dan speel je niet. Ik heb het wel naast me neergelegd. Ik deed op de kant alles voor Laura, zodat zij de beste keepster kon zijn. Kleine dingen, zoals bidons aangeven, haar inschieten voor de wedstrijd.”

High fives
Debby zag aanvankelijk nog wel een rol voor zichzelf. “Ik ben iemand die zorgt voor sfeer, zodat de anderen er zin in hebben. Als iemand wordt gewisseld, sta ik klaar om high fives te geven. Ik stel me altijd open op, zodat mensen naar me toe kunnen komen. Ik heb die rol altijd belangrijk gevonden En natuurlijk was ik er altijd klaar voor om Laura te vervangen. Want daar doe je het allemaal voor. Je wilt spelen.”

Naarmate het langer duurde en haar speelminuten zich beperkten tot hooguit een partje per wedstrijd, nam het gevoel van onvrede toe. Ze besprak het met bondscoach Arno Havenga en deed uiteindelijk zelfs een beroep op sportpsycholoog Jutta Hulshof, die vaker sporters begeleidt. “Ik kan hartstikke goed met Arno praten. Maar om er echt dieper op in te gaan heb je een professional nodig, die daar alles over weet. Jutta liet mij op momenten dat het moest, herkennen waar mijn onvrede vandaan kwam.”

Kleine dingen
Het lukte Debby niet om van haar gevoel af te komen. In maart vorig jaar besloot ze te stoppen. “Ik merkte dat het gevoel te lang bleef en ik het waterpolo niet meer leuk vond. Het werd zo’n verplichting voor me. Ik kon niet meer met vriendinnen weg, ik mocht geen wijntje meer drinken. Van die kleine dingen. Normaal heb ik daar geen moeite mee, maar als het per se moet gaat dat ontzettend tegenstaan. Ik trok het gewoon niet meer."

“Ik vond het heel erg moeilijk om dat te accepteren: ik wilde naar de Olympische Spelen, ik heb mijn hele leven op waterpolo afgesteld, en dan zeg je een jaar voor de Spelen dat je het niet meer wil. Ik had een heel boekje volgeschreven met mijn gevoelens. Jutta heeft me er heel erg bij geholpen om de knoop door te hakken. Ze zei op een gegeven moment: ‘Je hebt je keuze al gemaakt, toch?’”

Debby herinnert zich het moment nog goed. “Ik liep met haar door de bossen. Dat deden we vaker als we gesprekken hadden. Aan het eind van de wandeling gingen we koffie drinken, toen vroeg ze: ‘Wat heb je nou in je boekje opgeschreven?’ Ik las het door en werd er emotioneel van. Het was gewoon een verdrietig verhaal. Als je het nu terug zou lezen dan zou je je afvragen waarom ik er niet veel eerder mee was gestopt. Dat dacht ik op dat moment dus ook. Het boekje heb ik later weggegooid. Ik had mijn beslissing genomen en dacht: Het is goed zo. Weg ermee. Het was een soort van streep eronder.”

Lachebekje
“Ik voelde me heel opgelucht”, vervolgt ze. “Ik dacht: Ik heb het gewoon gedaan. Maar ik vond het zó erg om die beslissing te nemen. Mijn ouders hebben me altijd overal naartoe gebracht om de Olympische Spelen te halen en dan ga ík zeggen dat ik het niet meer wil. Gelukkig vonden zij het helemaal niet erg. Zij vonden dat ik moest doen waar ik gelukkig van werd. Ik ben normaal altijd een lachebekje thuis, maar dat was ik niet meer. Ik was doodongelukkig. Dat zagen zij natuurlijk ook.
Ik heb daarna alles gedaan wat ik wilde. Ik had veel plezier in mijn werk. Daar waardeerden de mensen me om het werk dat ik leverde. En ik had weer contact met Mataró, want ik wilde nog altijd graag in Spanje spelen.”

Teleurgesteld en boos
Drie maanden later stopte ook Laura Aarts bij Oranje. Een beslissing die Debby niet aan zag komen. “Ik had net een contract getekend bij Mataró. Bij Donk, mijn Nederlandse club, had ik gezegd dat ik naar het buitenland zou gaan. En toen stopte Lau ermee. Ik was vooral teleurgesteld en ook boos. Het feit dat ik niet speelde was de belangrijkste reden dat ik was gestopt bij het Nederlands team. Voordat ik de beslissing nam heb ik twee weken niet meegetraind in Zeist, dus de meiden wisten van mijn gevoelens. Van Laura wist ik dat niet. En dan komen er allemaal mensen op me af, die vragen wat ik ervan vind. Nou, wat denk je zelf?”
Diepe zucht. “Als ik dat had geweten had ik wel tien keer nagedacht en was ik niet gestopt.”

Afgelopen zomer speelde Oranje op het WK in Zuid-Korea. Debby bekeek de wedstrijden in Nederland op de livestream. “Toen ik naar het WK keek dacht ik wel: Gossiemijne, daar had ik onder de lat moeten liggen. Ik had daar keihard voor getraind. Dat was heel lastig om te zien. Maar ik had natuurlijk wel zelf de beslissing genomen om te stoppen. In de voorbereiding hadden ze nog een oefentoernooi in Rotterdam. Dat is mijn stad, dus ik ben daar nog gaan kijken. Toen had ik het wel moeilijk.”

Scenario’s doornemen
Het besluit van Laura zette voor Debby opnieuw alles op zijn kop. “Ik was drie maanden gelukkig. Totdat Laura stopte. Dat deed me zoveel pijn, dat het me aan het denken zette. Dat ik niet speelde was namelijk een groot deel van mijn reden om te stoppen. Op dat moment kon ik er niets aan doen. Maar het begon wel weer een beetje te kriebelen. Ik heb dat ook wel laten horen in de wandelgangen. En toen belde Arno. Nog voor het WK. Hij vroeg alleen maar of ik over een terugkeer wilde nadenken.”

Debby nam opnieuw contact op met Jutta Hulshof, de sportpsycholoog. “Ik geloof dat ik alweer zes kantjes had volgeschreven. Ja, in een nieuw boekje, haha.”
In augustus spraken ze af op Papendal. Het werd een gesprek van drieënhalf uur. Debby: “Alleen maar scenario’s doornemen. Wat als ik zou terugkeren? Ik zou mijn contract bij Mataró weer moeten laten ontbinden, want in het jaar voor de Spelen traint de nationale ploeg iedere dag in Zeist. Bij Donk hadden al een opvolger omdat ze dachten dat ik in het buitenland zou gaan spelen. Ik zou nog op vakantie gaan en moest mijn ticket omboeken. Maar dit was mijn tweede kans om naar de Spelen te gaan, met een grote kans om te spelen. Ik dacht: Fuck it! Ik doe het! En daar stond ik honderd procent achter.”

Zonder tranen
Omdat ze er even uit was geweest, trainde Debby eerst twee weken mee met Jong Oranje. “Weer proeven hoe het was om het terrein van het KNZB-bad in Zeist op te rijden. Nu zonder tranen in mijn ogen. Toen ik weer bij de A-selectie aansloot, heb ik gezegd: ‘We hebben hetzelfde doel. Als er iets is, moet je het nu zeggen. En anders sluiten we het af en gaan we weer vooruit kijken’." 
“Hoe ik me nu voel? Ik zit nu veel beter in mijn vel. Ik was zo gefocust op het feit dat ik wilde spelen, terwijl ik geen speelminuten kreeg. Ik wil nu zo goed mogelijk trainen en dan zien we wel wie er speelt. En natuurlijk wil ik dat zijn.”