Functionele cookies: Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.


Ik wil gepersonaliseerde informatie: Hiermee ontvang je gepersonaliseerde informatie op onze website die wordt afgestemd op je internetgedrag. Ook kunnen we nieuwsbrieven beter afstemmen op jouw voorkeuren.


Eén momentje voor een bewuste keuze…

Ga voor meer informatie naar onze cookieverklaring en privacyverklaring.

Oud-hockeyster Minke Booij was deze zomer chef de mission van Talent TeamNL, tijdens het European Youth Olympic Festival in Bakoe. Met 38 jonge sporters onder haar hoede verbleef ze een week in de hoofdstad van Azerbeidzjan.

Om te beginnen: wat moeten we ons voorstellen bij Bakoe?
Je ziet veel verschillende invloeden: van Rusland, Azië en het Midden-Oosten. Het is echt een kruispunt van culturen. Dat zie je in alles: in de bouwstijl, de mensen. Het is ook wel een stad waar je het gevoel krijgt dat het niet helemaal is zoals het lijkt. Armoede zie je amper en lelijke delen worden weggewerkt achter een schutting. Qua sportaccommodaties is alles piekfijn in orde. In 2007 heb ik daar een keer Europacup gespeeld met Den Bosch. Maar ik herkende niks meer terug. Er is sindsdien zoveel opgeknapt. Voor de Europese Spelen in 2015 is er ongelooflijk veel neergezet. Dat kan dan ook in zo’n land. Als de minister bepaalt dat er een zwemstadion of een turnhal moet komen, dan staat-ie er op olympisch niveau. Als ze iets willen, kunnen ze genoeg middelen vrijmaken om geweldige dingen neer te zetten.”

Met wat voor groep ging je naar Bakoe?
“Het was een overzichtelijke groep van 38 sporters. Het was een gemêleerde groep: vijftien handballers, twaalf judoka’s, vier turners, zes zwemmers en een worstelaar. Ook qua ervaring verschilde het nogal. Sommige judoka’s waren al eens internationaal op pad geweest. Die waren ook wat ouder en mondiger. Maar bij het zwemmen en turnen hadden we nog een paar ‘onschuldige’, jonge meiden. Van eentje weet ik dat ze zelfs nog nooit in het buitenland was geweest."

Minke Booij zwaait de vlag voor Talent TeamNL Baku 2019.

Minke Booij zwaait de vlag voor Talent TeamNL Baku 2019.

Dan moet dit een enorme ervaring voor ze zijn geweest.
“Ja, het was soms best wel overweldigend. Ze vinden het ook heel moeilijk als de dingen niet gaan zoals ze willen. Als je een lange reis hebt meegemaakt in een vliegtuig, de opening in zo’n enorm stadion. Alles is tijdens zo’n evenement anders dan normaal. In hun naïviteit denken ze dan toch: daar ga ik wel even mijn kunstje vertonen. Dat valt soms tegen, want dan merken ze dat dat allemaal invloed heeft.”

Heb je daar een voorbeeld van?
“Bijvoorbeeld als het eten niet is wat je gewend bent. In de eetzaal moet je in een rij staan en als jij dan aan de beurt bent, dan heb je maar te kiezen uit wat er over is. Dat was de eerste dagen heel karig: te weinig, niet veelzijdig genoeg. Voor die sporters, die heel veel met voeding bezig zijn, was dat schrikken. Maar ook het transport was chaotisch, de wasserette een janboel. De sporters moeten zo snel mogelijk leren dat dat erbij hoort. Een judoka kreeg meteen een dopingcontrole. En op de eerste dag hadden we meteen een zieke. Eén van onze turnsters kon niet in actie komen. Een andere turnster viel tijdens de warming up van de brug. De eerste dagen heb ik meer tranen gezien dan gelach. Maar ook dat hoort bij sport.”

Soms moet je even stilstaan en realiseren dat je met iets bijzonders bezig bent. Dat helpt je op momenten dat het zwaar is.

Minke Booij

Hoe gingen ze daarmee om?
“De kracht van een ervaren sporter is om onder alle omstandigheden onverstoorbaar te zijn en te kunnen doen waar je goed in bent. Dat is iets wat ze moeten leren. Dat is niet makkelijk. Ook voor ervaren sporters blijft dat een uitdaging. Dat is ook waarom op de Olympische Spelen vaak de beste niet wint. Niks is normaal. Het draait niet alleen om jou. Het is een dorp waar tienduizend sporters bij elkaar komen. Dat soort factoren beïnvloeden je prestaties. De mooiste leerervaring is dat je dat kunt overwinnen. Ze moeten leren wat voor hen werkt in zo’n omgeving. In dat leerproces hebben ze nu hun eerste stapje gezet.”

Kun jij als chef daar nog wat in betekenen?
“Je hebt om de dag chef-bijeenkomsten en dan kun je aangeven wat er niet goed is of wat je wensen zijn. Meer yoghurt, glutenvrij eten was er in het begin niet, geen vegetarische opties. Dan maak je dat bespreekbaar. De organisatie deed daar dan ook wel wat aan. Aan het eind van de week was het allemaal goed."

Minke en haar staf in Bakoe.

Minke en haar staf in Bakoe.

Hoe is het om met zo'n groep op pade te gaan, waar loop je tegenaan? 
“Ik moet zeggen dat de sporters zich heel goed hebben gedragen. Ik heb weinig gezeur gehoord. Als ze al iets hadden, dan hadden ze meestal ook een punt en gingen we ermee aan de slag. Ze hielden veel rekening met elkaar. Dat hadden we ook van tevoren afgesproken. Bijvoorbeeld naar de andere sporters komen kijken, met elkaar meeleven, met elkaar praten over hoe ze met hun sport omgaan. We hebben ook samen stilgestaan bij moeilijke momenten: we hadden een zieke en een geblesseerde. En natuurlijk ook de successen met elkaar gevierd.”

Hoe ging dat in z’n werk?
“Dat deden we meestal ’s avonds. Dan hielden we een kleine ceremonie: de medaillewinnaars kregen een matroesjka-poppetje, we zongen met z’n allen het volkslied en hesen de vlag voor ze. Ik hield een praatje waarbij ik stil stond bij iedereen die die dag in actie was gekomen. Ook als het niet zo goed was gegaan. Natuurlijk komen ze allemaal voor goud, maar niet iedereen wint goud. Dat probeer je ze ook bij te brengen. Voor ons als staf ging het vooral om het leren presteren op een multisportevenement. Zowel voor de sporters als de staf. Die leermomenten zijn heel belangrijk.”

Hoe smeed je van zo’n groep één team?
“Voor we vertrokken hadden we de teamoverdracht. Iedereen leert elkaar dan al een beetje kennen. Ook voor de ouders is dat heel belangrijk, om te laten zien dat de kinderen in goede handen zijn. Bij die sporters hebben we erop gehamerd dat ze deel uitmaken van TeamNL. Ik merkte aan ze dat ze dat ontzettend leuk vonden: een keer andere sporten te zien, andere mensen om zich heen. We hadden een worstelaar mee. Die is in zijn eigen wereldje al heel bekend en hij kent die hele worstel-community. Maar voor hem was het totaal nieuw om met handballers en turners om te gaan. Het was zo leuk om te zien hoe die jongen zijn best deed om bij andere wedstrijden te gaan kijken en daar ook zichtbaar van genoot.”

Selfie in het olympisch dorp in Bakoe.

Selfie in het olympisch dorp in Bakoe.

“Met alle stafleden hadden we een gezamenlijke dagafsluiting. Dan namen we de dag door en wisselden we ervaringen uit. We hadden afgesproken dat we gezamenlijk de verantwoordelijkheid droegen voor de hele groep. Dus als een zwemcoach ziet dat een handbalster iets doet wat niet door de beugel kan, dan moet hij zelf ingrijpen en niet naar de handbalcoach gaan of naar mij.”

Jij hebt zelf toch ook een keer meegedaan met het EYOF?
“Twee keer zelfs. In 1991 in Brussel. En twee jaar later in 1993 in Valkenswaard. Ik vond dat superleuk. In het voortraject van Bakoe ben ik bij alle sporters langsgegaan en heb ze verteld dat het voor mij een fantastische ervaring was. Ik heb ze voorgehouden dat ze er ook van moeten genieten. Ik heb de Olympische Spelen meegemaakt, maar niet iedereen lukt dat. Daarom moet je ook van mijlpalen zoals het EYOF genieten. Laatst sprak ik nog een teamgenootje dat destijds meeging naar Brussel. Zij heeft daarna de top niet gehaald maar ze noemde dat een van de mooiste ervaringen uit haar jeugd.”

En gold dat ook voor jouw sporters in Bakoe?
“Je zag aan die koppies dat ze echt hebben genoten. En dat vind ik zeker voor die jeugdevenementen heel belangrijk. Je hebt nog zo’n lange weg te gaan en als je het dan al niet meer leuk vindt… Topsport is niet altijd leuk. Daarom moet je er af en toe bij stilstaan en je realiseren dat je met iets heel bijzonders bezig bent. Dat helpt je op momenten dat het zwaar is.”

Hoe kijk je er zelf op terug?
“Het was ontzettend leuk om weer in een olympische setting te zijn: in zo’n dorp met een ploeg met verschillende sporten. Je hebt een dagprogramma van eten, sport kijken en slapen. De hele dag van het een naar het ander. Dat vind ik heerlijk. Ik genoot er echt van.”