Freitag had zich vorig jaar gekwalificeerd voor de Spelen door negende te worden op de WK, met een score van 305,10. Daarmee werd ze de eerste Nederlandse schoonspringster op de Spelen sinds Daphne Jongejans in 1992. De zus van oud-wereldkampioen Edwin Jongejans miste toen de finale, nadat ze vier jaar eerder in Seoul achtste was geworden.

,,Een geweldige ervaring'', noemde Freitag haar eerste Spelen. Toch knaagde het gevoel dat er meer mogelijk was geweest. ,,Ik weet dat ik bij de beste twaalf had kunnen zitten, ik vind dat ik daar hoor. De finale was mijn doel. Het scheelde ook heel weinig, slechts tien puntjes. Vergelijk dat maar met een tiende van een seconde bij het zwemmen.''

De schoonspringster, die een Duitse vader en Nederlandse moeder heeft en sinds 2013 voor Oranje uitkomt, liet het liggen tijdens haar vierde sprong. ,,Ik ging heel hoog de lucht in, maar wilde er ook niet overheen gaan. Ik stopte dus iets eerder, daardoor was die sprong een beetje te kort. Dat kost punten. Onderwater dacht ik al meteen: nee! Maar dit kan gebeuren, dat is schoonspringen.''

Door die matige score van 52,5 punten zakte Freitag, die eerder dit jaar zilver pakte bij de EK, van de elfde naar de veertiende plek in het klassement. Tijdens haar laatste sprong wist ze geen terreinwinst meer te boeken, waardoor de Spelen voor haar voorbij zijn. ,,Als alles goed was gegaan, had ik makkelijk achtste kunnen worden.''

De Chinese Shi Tingmao was een klasse apart in de halve finale met 385,00 punten, gevolgd door landgenote He Zi met (364,05). Sinds 1988 ging het goud op de 3 meterplank altijd naar een Chinese vrouw.